Er was eens

het mooie kinderboekenfestival

(Vrij naar Tjitske Jansen)

Er was eens een oma die schreef als Annie MG
Er waren tantes aan wie ze dat doorgaf
Er waren ouders die voorlazen tot ze scheel zagen
en elke week naar de bibliotheek
Er waren ouders die gedichten ophingen in de wc
Die onbegrijpelijke citaten over tafel slingerden
En hun kinderen meenamen naar levende poëzie in tuinen en op kastelen

Er was eens een moeder met rappe woordgrappen
Die oude verhalen nieuw leven inblies
Er was een vader die zijn kinderen een poëziekalender gaf: 365 favorieten – in de loop van een leven verzameld – geprint en van datum voorzien
Er was een vader die geregeld gedichten stuurde naar een kind overzee
en naar haar vrienden
Er waren ouders die met een gedicht op een spandoek op Schiphol stonden
Er waren een broer en een zus die alternatieve kerstverhalen schreven
Er was een moeder die stikte van het lachen om hun vondsten
En om haar eigen vondsten
Er was een broer die verhalen verkocht
Er was een zus die toverde met taal
Er was een broertje dat een frisse wind blies door al die woorden en beelden

Er was een vriend, een man, die las en luisterde
en zich de eerste Sinterklaas wat opgelaten voelde
totdat hij ontdekte dat hun briljante rijmen gemakzuchtige variaties waren op bestaande gedichten
Er was een vriend, een man, met wie ze nieuwe verhalen maakte

Er was een moeder wier verhaal ineens stopte
Er was taal die troostte, een stenen boek op een graf

Er zijn lijnen die verder lopen
Er zijn nieuwe verhalen om te delen
Er is de liefde voor verhalen om te delen

Er zijn schrijvers die haar hun verhalen toevertrouwen
Er zijn literaire festivals te organiseren en te bezoeken
Er is een vader die oude verhalen nieuw leven inblaast
Er is een dochter met een grenzeloze verbeelding
die Lampje mag spelen op het kinderboekenfestival
met lucifers in haar tasje, die niemand ziet, maar daar gaat het niet om,
die tijdens de voorstelling bij haar moeder op schoot kruipt als het droevig wordt
Er is een illustrator die dat vastlegt

Er is een zoon wiens wekelijkse avonturen door zijn opa in de mooiste woorden worden gegoten
Er is een oma die op haar 98e wereldliteratuur verslindt.

Er zijn levens die woeste wendingen nemen
en altijd is er taal en verhaal. Schrijven, lezen en delen helpt.
Ook al is er maar één zin of beeld voor jou raak.

Illustratie: SamS illustraties tijdens Het Mooie Kinderboekenfestival 

Verras! Over fruitig schrijven

Fruitig schrijven

Allemaal leuk en aardig, dat begrijpelijk schrijven, maar het wordt ook snel saai. Met woorden kun je zoveel meer. Wil je aandacht voor je tekst? Probeer dan je lezer te verrassen. Een paar tips.

Schrijf beeldend

Ons brein is visueel ingesteld. Een beeld zegt meer dan duizend woorden, maar met goedgekozen woorden kun je die beelden prachtig oproepen.

‘Ze had de handen van iemand die veel geredderd heeft in haar leven.’ Woorden van de Amersfoortse stadsdichter Eva Vleeskruyer. Dat redderen zie je voor je – nog meer dan die handen misschien – dat is een krachtig beeld.

Ander voorbeeld. Tot mijn eigen verbazing en spijt heb ik deze zin niet genoteerd dus het citaat is niet helemaal juist, maar het gaat om de tweede helft: ‘Hier woedt een oorlog/crisis maar twee straten verderop doet de groenteboer de andijvie in de aanbieding.’ Dat blijft hangen, die andijvie, door het contrast tussen zoiets groots en zoiets concreets en alledaags. Als er had gestaan ‘maar in de rest van de wereld gaat het leven gewoon verder’ had ik eroverheen gelezen.

Schrijf zoals je praat

Het is op zich al verfrissend als je wat meer schrijft zoals je praat. Veel mensen zijn geneigd stijver te schrijven dan te praten. Als je dichter op spreektaal zit, is je tekst toegankelijker en kun je je lezer verrassen.

Op menukaarten in restaurants zie je ook steeds meer informeels. ‘Carpaccio op het keukenblok geklopt (sorry voor het lawaai) €10.’ Dat is vaak leuk om te lezen, mits met mate en niet al door tien andere restaurants exact zo ‘fris’ geformuleerd.

Druk je krachtiger uit  

Blaas je woorden eens wat op, versterk ze. Mijn moeder deed dit graag: die jaagde nietjes door A4’tjes, rende naar Albert Heijn om wat makkelijks te grijpen, die brulde maar wat, die gooide een zoom in gordijnen (maar was vaardiger met de nietmachine) en bokste haar boeken terug in de kast.

Ben je in je teksten altijd positief? Dat gaat op den duur vervelen, al dat licht en in je kracht staan. Dan is het een prettige verrassing als je ook eens wat agressiever uit de hoek komt. Je lezer zal opgelucht ademhalen, jij bent ook maar een mens. Wind je je ergens over op? Druk je dan eens wat harder uit. Vooral als je normaal gesproken keurig bent in je schrijven, komt een beetje bot al lekker krachtig over. Niet van dat benauwde! Voor jezelf is het ook heel bevrijdend.

Japke Bouma schreef pas een stuk in NRC over haar afkeer van verkleinwoordjes:

‘Maar ook in de zorg struikel je over de verkleinwoorden. Daar zeggen ze: “U voelt straks een prikje” vlak voordat ze een holle naald met een meter doorsnede in je arm jassen. Of je krijgt een “roesje” waar je vier uur knock-out van bent. Of een “uitstrijkje”. Mijn huisarts zegt inmiddels “uitstrijk” en ik ben haar daar dankbaar voor, kom op zeg. Met je eendebek.’

Lees 

Laat je inspireren! Lees boeken, kranten, reclameteksten, blogs, recensies, gedichten, korte verhalen, columns. Kijk de kunst af van schrijvers die jij graag leest. De meeste grote schrijvers zijn zelf ook al lezend zo groot geworden. Lezen helpt om je eigen stijl te ontwikkelen, je stem te vinden.

Wat spreekt jou aan? Welke teksten / zinnen / woorden doen jouw hart harder kloppen? Onderschat niet het belang van deze literaire cardio.

Zelf ben ik fan van Marleen Pelle, boekverkoper in Arnhem. Die zegt dingen als: ‘Volgende week verschijnt er een graphic novel over de vagina. Commercieel gezien zijn non-fictie stripboeken over gynaecologische onderwerpen geen inkoppertjes. Maar deze krijgt een etalage, de mooiste plek op de toonbank en een dwingende aanbeveling van mij en mijn collega’s. We hebben goede hoop op een bestseller. Ik vind dit een on-mis-baar boek voor iedereen die een vagina heeft, of er wel eens mee in aanraking komt.’

 

Don’t overdo it

Ben je lekker aan het experimenteren met dat fruitige schrijven, dan kun je gemakkelijk doorslaan. Te veel van het goede werkt averechts. Heb je een nieuwe tekst geschreven? Leg hem dan even weg en herlees je zinnen de volgende dag. Of laat iemand meelezen.

Lijst

Houd een lijst bij van woorden en zinnen die je verrassen. De voorbeelden die ik hier noem heb ik allemaal driftig genoteerd toen ik ze las. (Behalve dan die andijvie.) Als je dan eens zit te ploeteren op een nieuwe tekst, lees je lijst dan door. Dat geeft bakken inspiratie.

Veel plezier met schrijven, lezen en met goeie zinnen jatten noteren. En de eerste die die zin met die andijvie weet te traceren, wint een jaar lang gratis andijvie.

Update: Nanda uit Zweden kan wat beter Googelen dan ik en vond de bron van de andijvie-zin. De strekking van de eerste helft was niet helemáál goed blijven hangen:

Het is als met massademonstraties: als je erbij bent is het alsof de hele wereld om één ding draait, maar twee straten verderop doet de groenteboer de andijvie in de aanbieding. (Tom-Jan Meeus, NRC)

Begrijpelijke teksten schrijven: 10 tips!

Begrijpelijke teksten schrijven

‘In dat geval,’ sprak de Dodo plechtig, terwijl hij overeind kwam, ‘stel ik voor om deze bijeenkomst te onderbreken, zodat we ons kunnen richten op effectievere methoden.’
‘Praat toch gewoon,’ zei het Adelaarsjong. ‘Ik begrijp al die lange woorden niet. Sterker nog, volgens mij begrijp je ze zelf ook niet.’ (Alice in Wonderland)

Praat toch gewoon

Begrijpelijke teksten schrijven is een kunst. Het is zo gemakkelijk om anderen te wijzen op hun onmogelijke teksten vol vaktermen, vage taal en clichédiarree, maar als je zelf gaat schrijven merk je hoe lastig het is om kraakhelder te formuleren.

Als ik mijn eigen teksten naloop, kan het bijna altijd eenvoudiger en concreter. Als ik webteksten schrijf voor een opdrachtgever en het lukt niet om een bepaald stuk helder op te schrijven, dan wringt er altijd wat. Dan heb ik te weinig beeld van wat zij precies doen voor hun klant of wat zij verstaan onder ‘kwaliteit’ of ‘oplossing’. Als je niet exact weet waar je over schrijft, kun je alleen maar om de hete brij heen draaien. Gemiste kans!

Wil je dat je boodschap overkomt (en je lezer in actie), dan is het wel handig als je lezer snapt wat er staat. Lees hier meer over Waarom je begrijpelijk moet schrijven – en of je dat B1 moet noemen.

Maar HOE doe je dat, begrijpelijke teksten schrijven?

Begrijpelijke teksten schrijven: 10 tips

  1. Bedenk wie je doelgroep is. Voor wie schrijf je? Piet? Schrijf je tekst zo op dat Piet het goed kan volgen.
  2. Bedenk wat het doel is van je tekst. Wat moet Piet doen? Medicijnen innemen? Formulier invullen? Aanmelden voor de borrel? Zorg dat dat zo duidelijk mogelijk is.
  3. Welke vragen zou Piet kunnen hebben over dit onderwerp? Beantwoord ze in je tekst.
  4. Houd je zinnen kort. Lange zinnen lezen minder makkelijk. Ze kunnen ook ontsporen. Wees ook weer niet al te spastisch staccato want een beetje afwisseling is wel prettig. Voor Piet.
  5. Roep het uit! Zorg voor soepele zinnen die lekker lezen. Zeg ze hardop zoals de schrijver Flaubert. Die vond een zin pas geslaagd als hij muzikaal perfect klonk.
  6. Gebruik geen tangconstructies. Wat zijn dat ook alweer? Zinnen waarin de basiszin als een tang om de extra informatie/bijzinnen heen zit: Piet gaf de beleidsmedewerker, die ondanks Piets opbouwende commentaar en zijn niet-onder-stoelen-of-banken-gestoken en tamelijk agressieve afkeer van belabberde teksten hardnekkig onbegrijpelijke rapporten bleef produceren, een dreun. Zet bij elkaar wat bij elkaar hoort (Piet gaf de beleidsmedewerker een dreun) en prop niet te veel informatie in één zin. Zet gewoon een punt en gooi de zin wat om (Ondanks Piets opbouwende commentaar…).
  7. Wie doet wat? Gebruik actieve zinnen, zoveel mogelijk zonder het hulpwerkwoord ‘worden’. In plaats van: ‘De veiligheid moet worden geborgd’ kun je bijvoorbeeld zeggen: ‘De buschauffeur moet voor vertrek controleren of de remmen werken.’
  8. Praat toch gewoon! Gebruik spreektaal, blijf weg van formele woorden en vaktermen zoals: ‘Gaarne bij uw fiscale geruisloze voortzetting rekening houden met het vorenstaande.’ Bedenk hoe je het zou uitleggen aan de buurvrouw.
  9. Hoe concreter, hoe beter. Gebruik heldere woorden en voorbeelden. Vermijd abstract taalgebruik. Kitty Kilian van de Blogacademie schreef een fijn blog over beeldend schrijven met veel vrolijke voorbeelden. (‘Je houdt van me? En wat betekent dat concreet?’)
  10. Wees niet te scheutig met je uitdrukkingen. Dit is mijn persoonlijke valkuil. Erger nog: ik gooi uitdrukkingen door elkaar. Figuurlijk taalgebruik is wel fris en fruitig maar het kan ook onscherp zijn. En/of onwenselijk: als je ermee om je oren wordt gesmeten dan gaat het tegenstaan.

Tip 11: neem deze tips met een goeie korrel zout. En lees! Lees!

Bijvoorbeeld het schitterende Alice in Wonderland (vertaald door Sofia Engelsman en geïllustreerd door de geweldige Floor Rieder).

Begrijpelijk schrijven: waarom?

Jip en Janneke taal

Onbegrijpelijke teksten, je kent ze wel. Bijsluiters bij pillen, pensioenreglementen, koopakten. Nog altijd schrijven veel professionals (juristen, bankiers, artsen, verzekeraars) onnauwkeurige teksten. Met veel abstracte en formele taal, vaktermen, ingewikkelde en onduidelijke zinnen. Is dat erg? Ja.

Niemand houdt van onbegrijpelijke teksten. Drie keer lezen en dan nog niet snappen is bloedirritant. Maar belangrijker: die teksten schieten hun doel voorbij. Het boek De taal van mr. Jip van Harten en dr. Janneke Bavelinck (2011) geeft vooral de schuld aan taalniveau C1 en windt zich op over de gevolgen van dit soort teksten.

Zo zou de helft van de mensen met een eigen huis denken dat ze met een aflossingsvrije hypotheek hun lening niet hoeven terug te betalen. En zou de helft van de mensen zijn medicijnen verkeerd gebruiken. Als dit al hard te maken is, lijkt het me sterk dat dat aan een taalniveau ligt. Daarover heeft jaren geleden al een flinke discussie gewoed. Wél laten ze in dit boek mooie voorbeelden zien van onnauwkeurige teksten en waar die toe kunnen leiden.

‘In principe spreekt de uitspraak voor zich’

Er was eens een spitsstrook op de A1. Vers aangelegd om files te bestrijden. Er was ook een actiegroep die die strook niet wilde omdat ze zich zorgen maakte over de luchtkwaliteit. De actiegroep klopte aan bij de Raad van State. Na de uitspraak van de Raad van State liet het ministerie van Verkeer en Waterstaat de spitsstrook dicht. Vier jaar later reed iemand van de Raad van State over de A1. Tot zijn grote verbazing zag hij dat de spitsstrook dicht was, terwijl in de uitspraak had gestaan dat hij gewoon open mocht. Maar dat was de mensen op het ministerie totaal onduidelijk.

Uitspraak Raad van State: juridische rijstebrij

De vice-president van de Raad van State: ‘Wij zijn onafhankelijk rechter en in principe spreekt de uitspraak voor zich. Maar de interpretatie van de uitspraak kan wel een probleem zijn.’

De uitspraak bracht iedereen in de war. De strook bleef dicht en de files groeiden. Dat was niet gebeurd als ze gewoon hadden geschreven: ‘De minister mag de spitsstrook openen. Maar dan mogen auto’s en motoren daar niet harder rijden dan 80 kilometer per uur.’

De taal van mr. Jip van Harten en dr. Janneke Bavelinck opent met dit voorbeeld. C1, stellen ze, is de grote pain-in-the-ass van onze maatschappij. Gelukkig is daar B1, met al haar kracht en charme.

De B van Begrijpelijk

B1 is inderdaad overal. Iedereen moet ‘over op B1’, als een magische norm waaraan teksten moeten voldoen. En iedereen zoekt zich al jaren het schompes want harde lijsten of richtlijnen zijn er niet. Dat klopt, want B1 zegt iets over hoe goed iemand een vreemde taal beheerst. Het gaat over de gebruiker. Iemand met B1-niveau kan alledaagse gesprekken voeren en eenvoudige teksten lezen.

B1 staat niet gelijk aan begrijpelijk; C1 niet aan onbegrijpelijk. Voor tekstschrijvers is het vooral van belang dat de lezer snapt wat er staat zodat de tekst zijn doel bereikt. En ook nog eens een grotere doelgroep, want begrijpelijke teksten zijn ook goed te volgen voor lageropgeleiden en mensen voor wie het Nederlands de tweede taal is. Ik ben betrokken bij een taalgroep voor Eritrese nieuwkomers in Amersfoort en schaam me vaak kapot voor de onmogelijke (overheids)teksten waar zij mee te maken krijgen. Helemaal als het om belangrijke zaken gaat.

Klare taal, dat willen we allemaal. Gelukkig zijn er prima richtlijnen voor begrijpelijk schrijven. Volgende keer daarover meer!

 

Moeilijk, moeilijk, moeilijk. Over positief formuleren.

positief formuleren

‘Ik heb een heel zwaar leven, echt heel zwaar. Alles is voor mij ontzettend moeilijk.’

Uit de mond van Brigitte Kaandorp is dit lollig; we kennen allemaal wel zo’n zelfverklaard slachtoffer. Of we zijn er een. Fijn als mensen eerlijk zijn, maar we houden niet van gezeur. Mensen horen en lezen liever iets positiefs. Het brengt je in een vriendelijker stemming.

Andere blik

Positief formuleren vraagt een nieuwe blik op de boel. Het is maar waar je de nadruk op legt. Wat vroeger een stoptrein heette (stopt op elk station) heet nu een sprinter (sprint van het ene naar het andere). Dan zit je toch met een heel ander gevoel in die trein.

‘Wegens verbouwing gesloten’ klinkt minder prettig dan ‘Deze supermarkt wordt nog mooier.’

‘Kinderen vanaf 12 jaar zijn van harte welkom’ klinkt uitnodigender dan ‘Kinderen onder de 12 mogen niet naar binnen.’

Roze olifant

Nog een voordeel van positief formuleren: je vergroot de kans dat je slaagt in wat je wilt bereiken. Dat heeft te maken met dat je brein ‘niet’ niet hoort. Het bekende voorbeeld: denk niet aan een roze olifant. Of die SIRE-campagne ‘Handen af van onze hulpverleners’. Dat spotje strijdt tegen geweld tegen hulpverleners, maar door er beelden van te laten zien, werkt het averechts.

Wat je aandacht geeft, groeit. Zeg je tegen je kind ‘niet op de bank springen’, dan vestig je de aandacht op het springen en gaat ie lekker door. Zeg je ‘wil je op de bank gaan zitten?’ dan verleg je de aandacht naar het zitten. Ik heb geen idee hoe hard dit is gemaakt, maar het lijkt me het proberen waard. Ook om te voorkomen dat je een heel zwaar leven krijgt. En de mensen om je heen ook.

Roeien vs kanoën

Creatief met taal! Heb je net de voordeur geverfd, dan is een briefje met ‘niet aanraken’ vragen om gelazer. Onze buurman van vroeger hing een briefje op met ‘NAT’ met de schuine streep van de N van linksonder naar rechtsboven. Daar sta je toch even dom naar te staren. Een knipoog die werkt.

‘De gewenste uitkomst is waar je naartoe gaat, niet waartegen je je afzet. Het is als het verschil tussen roeien en kanoën: bij roeien ga je ergens vandaan, maar je ziet niet waar je naartoe gaat. Bij kanoën kijk je vooruit in plaats van achteruit,’ zegt verandermanager Wendy van Nieuwland in het interview ‘Woorden als voertuig van veranderingen’.

Check je tekst op ‘niet’, ‘geen’, ‘moeten’, ‘verboden’

Kijk eens naar je eigen teksten. Zie je vaak het woord ‘niet’? Of ‘geen’? Of andere negatieve formuleringen? Probeer het eens om te draaien. Wat is/mag/kan er wél?

‘Nog geen beoordeling’ bij een product in je webshop? ‘Schrijf nu de eerste beoordeling’ klinkt al heel wat minder verbitterd veel positiever.

Voer je positieve stijl door in al je teksten: tot en met je voorwaarden, de melding op een niet meer bestaande pagina, je contactformulier. Een beetje humor of een vinkje bij elk goed ingevuld veld brengt je bezoeker in een betere stemming. Daardoor hebben je teksten meer effect. Het is wel een fine line: te veel ronkende bijvoeglijk naamwoorden of geestigheden doen je bezoeker juist afhaken. Zoek de balans.

Probleem ≠ negatief

Dit betekent overigens niet dat je helemaal weg moet blijven van alle negatiefs. Als je bijvoorbeeld iemand wilt overtuigen van de waarde van jouw product of dienst, dan is het zeker zinvol om aandacht te schenken aan het probleem van je klant. Dat is niet negatief, dat is serieus nemen. Die herkent wat je schrijft en voelt zich gehoord. (Ja! Ik zit hier bij de pakken neer met die rammelende tekst / eeuwig overgewicht / schoenendoos met bonnen / slechte seks). Je boeit hem pas als je zijn pijn benoemt. Dus wrijf de ellende er maar lekker in (twist the knife) om vervolgens te laten zien hoe jij die pijn kan wegnemen. Later meer hierover!

Meer weten over plustaal, neuronetwerken en waarom het negatieve zo hardnekkig is? Lees het artikel ‘Zeg niet wat je níet wilt.’ 

 

Wens jezelf een vader die voorleest wat hij mooi vindt

klompje

Wens jezelf een vader die voorleest wat hij mooi vindt.
Voorlezen is verhalen doorgeven.

Wens jezelf een moeder die zo hard lacht als jij.
Voorlezen is plezier voor twee.

Wens jezelf een broer die alles eerlijk deelt.
Voorlezen doe je samen, met vier ogen en vier oren.

Wens jezelf een zus die zelfs in het donker ziet.
Voorlezen kun je overal en altijd.

Wens jezelf een tante die de puntjes op de i wil.
Voorlezen is een kunst die je kunt leren.

Wens jezelf een oom die klok kan kijken.
Regelmatig voorlezen is beter dan af en toe.

Wens jezelf een oma die iederéén wil hebben.
Horen voorlezen doet zelf voorlezen.

Wens jezelf een opa die vaak omkijkt.
Voorlezen is geschiedenis doorgeven.

Wens jezelf een boek.
Voorlezen doet zelf lezen.

— Bart Moeyaert

Nationale Voorleesdagen

Vandaag starten de Nationale Voorleesdagen 2018. Toen ik deze tekst van Bart Moeyaert las, zag ik al die mensen.

Oma die op het logeerbed kwam zitten voorlezen uit Het klompje dat op het water dreef. Dat je in dat liefdevol strak ingestopte bed in je hoofd alle kanten op kon.

Mijn vader die gedichten op de wc hing: van de blauwbilgorgel, maar ook van Bloem en eentje met de magische beginzin ‘Gesteld je hebt een schaap verdriet gedaan.’ Die een persoonlijke poëziekalender samenstelde, de beste 365 uit zijn eigen verzameling, die uitprintte en van data voorzag.

Mijn moeder die raker en rapper woordgrappen kon bedenken dan wij konden volgen. Die erop los associeerde en speelde met taal en zo steeds weer nieuw licht op de dingen wierp. Die zelf het hardste lachte om haar eigen geniale vondsten in haar Sinterklaasgedichten.

Mijn ouders met hun oneindige boekenkast, die ons meenamen naar poëzieavonden op kasteel Groeneveld en naar het poëziefestival in Deventer. Voorlezen op zijn mooist.

En nu, dertig jaar later, leest oma (98) het betere boek, met een gretigheid waar je u tegen zegt. De Russische bibliotheek, Geert Mak, Murat Isik, Annejet van der Zijl. Leuk als je langskomt, maar het gaat af van haar leestijd.

Mijn vader leest zijn kleinkinderen voor tot hij scheel ziet. Op de groenteafdeling van AH citeren zijn twee 3-jarigen luidkeels Ted van Lieshouts Boer Boris: ‘Een worteltje wil leven!’ Hij diept de prachtigste teksten op, voor allerlei mensen, bij geluk of verdriet.

Mijn moeders woordkunsten komen nu uit de mond van haar kleindochter, die sinds kort haar broertje voorleest.

Ik hoefde mezelf die mensen niet te wensen. Ik had ze. Ik heb ze.
Dat gun ik alle kinderen.

 

Ter inspiratie! De schildpad van Toon Tellegen

tellegen

‘Weet jij eigenlijk wel zeker dat jij de schildpad bent, schildpad?’ vroeg de krekel op een ochtend aan de schildpad.

De schildpad keek hem beduusd aan en begon na te denken. Na een tijd zei hij: ‘Nee. Dat weet ik niet zeker.’

Somber gluurde hij onder zijn schild vandaan naar de krekel.

‘Ik wel’, zei de krekel. ‘Ik tsjirp, dus ik ben de krekel.’ Hij maakte een sprongetje van plezier.

Ik doe niets, dacht de schildpad. Maar dat is volgens mij niet genoeg om de schildpad te zijn.

De kikker had het gesprek gehoord en zei: ‘Ik kwaak, dus ik ben de kikker.’

‘Inderdaad, kikker, inderdaad’, zei de krekel. ‘Jij kwaakt, dus jij bent de kikker.’

Zij sloegen elkaar op de schouders en keken de schildpad tamelijk meewarig aan.

Zou ik dan misschien niet de schildpad zijn? dacht de schildpad. Maar wie zou ik dan zijn…? Als ik nou eens denk: ik schuifel, dus ik ben de schildpad… Hij schuifelde wat heen en weer. Nee, dacht hij. Dat is niets. Er schuifelen er trouwens zoveel.

De schildpad voelde zich eenzaam en onzeker, terwijl de krekel en de kikker vrolijk wegliepen, elkaar op de schouders sloegen en zongen: ‘Wij weten wie wij zijn!’

Toen klonk er opeens een geraas vanuit de top van de eik, waaronder de schildpad stond. Het was de olifant die daar bij zonsopgang naar toe was geklommen. Nu viel hij. ‘Ik val…’ kon hij nog roepen. Toen viel hij met een zware slag op de grond vlak naast de schildpad.

Dat is de olifant, dacht de schildpad somber. Dat staat vast.

Even later sloeg de olifant zijn ogen op. ‘Hallo schildpad’, zei hij zachtjes.

‘Weet je zeker dat ik dat ben?’ vroeg de schildpad verbaasd. ‘Weet je dat echt zeker?’

‘Ja’, kreunde de olifant. ‘Wie zou je anders zijn?’

‘Dat weet ik niet’, zei de schildpad.

‘Nou dan’, zei de olifant en met een pijnlijk gezicht voelde hij aan de enorme bult op zijn achterhoofd.

De schildpad had de krekel en de kikker wel achterna willen hollen. Maar ja, dacht hij, als ik dat doe geloven ze helemaal niet dat ik de schildpad ben. En dus bleef hij stil staan, in het gras, onder de eik, en zei zachtjes tegen zichzelf: ‘Hallo schildpad. Hallo.’

(Uit: Misschien wisten zij alles, Toon Tellegen)

Wat we zien is dat… Schraptip voor schrijvers.

Sla er een willekeurig NOS-journaal op na en je hoort dit soort zinnen:

‘Wat je ziet is dat bij sommige vermogenden dat ze investeren in zaken waar je vraagtekens bij kan zetten.’
‘Wat wij zien is dat de ontbijtfrequentie omhoog gegaan is. […] Wat we wél zien is dat er nog steeds heel veel zoet en chocoladebeleg ‘s ochtends gegeten wordt.’

Ok. Dit is niet NOS zelf, maar geïnterviewden. Maar dan, op het einde, zegt ons aller Willemijn Hoebert Het. Ook. ‘Wat dit plaatje laat zien dat is de temperatuur ten opzichte van de normaal die we op dit moment hanteren …’

Misschien vind je die laatste nog wel normaal klinken. Hij is van een iets andere orde, maar het blijft een omslachtige formulering. Alsof iemand haar vlak van tevoren vroeg: Willemijn, vertel eens, wat laat dit plaatje ons zien? Waarom niet gewoon: Dit plaatje laat zien. Weg met die loze woorden.

Wat we zien is dat? Serieus?

Wat we zien is dat er maar liefst 4 keer in 1 uitzending zo’n constructie wordt gebruikt. Waarom je zin beginnen met ‘wat we zien is dat’? Het is een soort misplaatste nadruk op jezelf en jouw inzichten. Alsof je er diepgravend onderzoek naar hebt gedaan en nu de resultaten presenteert. Missen wij iets als je die woorden weglaat? Wat we zien is dat ‘wat we zien is dat’ ook hele rare zinnen oplevert, waar je al pratend niet helemaal lekker uitkomt.

Ok. Dit is spreektaal. Maar dat maakt het niet minder irritant. En omdat spreektaal nogal eens doorsijpelt in schrijftaal, roep ik je op tot verzet. Doe er niet aan mee. #watwenietwillenzienisdat

En check dan meteen je eigen teksten op dit soort zinnen. Schrap die loze woorden, val je lezer er niet mee lastig.

Bovendien: als je struikelt over de vorm, komt de inhoud niet aan. In de woorden van weerman Marco Verhoef: ‘Ik vind het belangrijk dat de kijker na het weerbericht weet wat voor weer het gaat worden. Daarbij mag ik niet in de weg staan, bijvoorbeeld door kledingkeuze of woordgebruik.’ Kijk. Met recht een winnaar van de Duidelijketaalprijs.

Verbind! Tip voor schrijvers non-fictieboek

Verbind: tips voor non-fictie auteurs

Minder is niet altijd meer

Schrappen kan je tekst enorm opknappen. Kritisch naar je manuscript kijken is altijd goed. Net als bij je kapsel. Je kunt wel denken: die krullen zitten prima, maar in de spiegel van de kapper zie je ineens een steil matje in plaats van de Carolien Borgersachtige bos die je dacht te hebben. Ieuw. De schaar erin!

Maar soms is meer beter, dan moet je juist aanvullen. De onderlinge samenhang is in veel manuscripten non-fictie te vaag aangegeven. Zo zonde – want je kunt nóg zo’n goed onderwerp hebben en een prettige stijl, maar als je verhaal alle kanten op gaat en het onderlinge verband niet duidelijk is, haakt je lezer af. Waarom lees ik dit? Wat heeft dit ermee te maken?

Is dit met jouw manuscript aan de hand? Vaak is het te fiksen!

Tip: benoem de samenhang

Neem je lezer mee in je verhaal, loods hem door je betoog. Laat de structuur zien.

Op grof niveau (boek als geheel) doe je dat zo: schrijf een inleiding.
Geef daarin aan wat je in je boek bespreekt en in welke volgorde. Als je jezelf dwingt dat te formuleren, merk je vaak al snel waar het wringt in opbouw. Misschien zie je een stuk dat nu aan het einde staat, maar (chrono)logischer zou zijn aan het begin. Misschien ga je hoofdstukken meer clusteren op thema en valt je op dat twee hoofdstukken ongeveer hetzelfde onderwerp hebben. En dat er een hoop herhaling is. Ga dan eerst met de hoofdstukindeling aan de slag. Houd je structuur hoe dan ook simpel.

Doe het maar eens over the top nadrukkelijk: eerder zagen we x, nu bespreken we y

Op fijn niveau (binnen het hoofdstuk) ga je op dezelfde manier te werk: schrijf per hoofdstuk een inleidende alinea. Geef aan wat er gaat komen. Doe het maar eens over the top nadrukkelijk: in het vorige hoofdstuk zagen we x, nu bespreken we y. Vervolgens smeed je je deelhoofdstukken en alinea’s aan elkaar met verbindende zinnen, bruggetjes. Dat kan al met één woord als ‘maar’ of ‘desondanks’. Lukt dit niet goed? Probeer te ontdekken waar het hem in zit. Misschien behandel je dingen van een verschillende orde dwars door elkaar. Of spreek je jezelf tegen. Grijp het aan om je boek sterker te krijgen.

Laat je lezer niet spartelen

Geef je lezer meer houvast. Laat hem het niet allemaal zelf destilleren. De lezer van ‘harde’ non-fictie wil weten wat hij leest en waar hij is in het geheel. Laat hem merken dat alles wat hij leest ontzettend noodzakelijk is. Kun je dat niet goed formuleren, dan rammelt er waarschijnlijk iets in je opbouw.

Noem me een structuurnazi, maar veel lezers worden onrustig van alle-kanten-op en van onduidelijke verbanden. Lezers van non-fictie dan. En niet die van de verhalende variant. En al helemaal niet die van andere genres.

Het een en ander in los verband

De wind voor mijn raam
Laat een krant zomaar gaan
De pick-up van hiernaast
Draait een plaat. Heel verbaasd
Zie ik hoe die krant gaat
Op de maat van de plaat

Nu weet die krant niet
Van die plaat, van dat lied
En die plaat heeft niet door
Dat die krant bij hem hoort
Alleen ik zie die krant
Hoor die plaat, leg dat verband

Alleen ik
Maar ja, daar nóém je ook even
Iemand

Karel Eykman

Lief Lijf Leef

De afgelopen weken rolden ze een voor een van de pers. Drie bijzondere boeken waar ik als redacteur op mee mocht broeden.

Te lijf, de kunst van het mooi ouder worden van Isa Hoes en Medina Schuurman

Master your mindset, leef je mooiste leven van Michael Pilarczyk

Liefdesverdriet, zeven bijzondere ontmoetingen met jezelf van Petra van der Heiden

Lijf, leef, lief: wat hebben ze gemeen? Alles. Prettig ouder worden, zakelijk succes, persoonlijk geluk en gezond omgaan met verlies: deze boeken gaan over persoonlijke ontwikkeling. Over loslaten of juist nastreven. In elk geval: over keuzes maken.

Dat je onder werktijd in een onderwerp kunt duiken dat je persoonlijk boeit. En, als je eigen planning wat aan de krappe kant is, ver buiten werktijd. Dat je dan zelf qua keuzes maken en loslaten niet meer helemaal op het rechte pad zit. Met koffie tot de haargrens.

Hoe dan ook: een interessant onderwerp is één ding, maar wat dit vak zo mooi maakt is het persoonlijke contact met de auteur. Het onderlinge vertrouwen, daar kan ik tamelijk lyrisch over worden. Als dat goed zit, en als je elkaars rol respecteert, dan kun je samen slagen maken op inhoudelijk vlak. Samen bouwen aan het beste boek.

Het meeste plezier beleef ik aan de wat grovere redactie. Bij Te lijf kwam ik ingevlogen toen er een hoofdstukindeling lag en ruwe teksten en interviews. Met Isa en Medina heb ik meegedacht over wat er in welk hoofdstuk kwam te staan, in welke volgorde, welke toon. Dan schreven zij een hoofdstuk en bespraken we dat, bij Isa aan de keukentafel, op de uitgeverij of telefonisch. In de verschillende ronden gingen we van grover naar steeds fijner niveau: van structuur en onderwerpen afbakenen naar deelhoofdstukken, kaders, lijstjes, alinea’s, citaten, tussenkoppen, zinnen – totdat de tekst door kon naar de eindredactie van de uitgeverij. Met stijgende bewondering zag ik hoe Isa en Medina zich op het schrijven stortten, zichzelf binnenstebuiten keerden en de brute planning haalden.

Schrijvers die het schrijven serieus nemen. Die iets te melden hebben en er alles voor doen om hun verhaal zo goed mogelijk te vertellen. Die begeleid ik graag. De auteurs achter deze titels gaven mij de ruimte en het vertrouwen om mijn beste redacteur te laten zien.

En wat is dan je slechtste redacteur? Nou, zoiets.