Er was eens

het mooie kinderboekenfestival

(Vrij naar Tjitske Jansen)

Er was eens een oma die schreef als Annie MG
Er waren tantes aan wie ze dat doorgaf
Er waren ouders die voorlazen tot ze scheel zagen
en elke week naar de bibliotheek
Er waren ouders die gedichten ophingen in de wc
Die onbegrijpelijke citaten over tafel slingerden
En hun kinderen meenamen naar levende poëzie in tuinen en op kastelen

Er was eens een moeder met rappe woordgrappen
Die oude verhalen nieuw leven inblies
Er was een vader die zijn kinderen een poëziekalender gaf: 365 favorieten – in de loop van een leven verzameld – geprint en van datum voorzien
Er was een vader die geregeld gedichten stuurde naar een kind overzee
en naar haar vrienden
Er waren ouders die met een gedicht op een spandoek op Schiphol stonden
Er waren een broer en een zus die alternatieve kerstverhalen schreven
Er was een moeder die stikte van het lachen om hun vondsten
En om haar eigen vondsten
Er was een broer die verhalen verkocht
Er was een zus die toverde met taal
Er was een broertje dat een frisse wind blies door al die woorden en beelden

Er was een vriend, een man, die las en luisterde
en zich de eerste Sinterklaas wat opgelaten voelde
totdat hij ontdekte dat hun briljante rijmen gemakzuchtige variaties waren op bestaande gedichten
Er was een vriend, een man, met wie ze nieuwe verhalen maakte

Er was een moeder wier verhaal ineens stopte
Er was taal die troostte, een stenen boek op een graf

Er zijn lijnen die verder lopen
Er zijn nieuwe verhalen om te delen
Er is de liefde voor verhalen om te delen

Er zijn schrijvers die haar hun verhalen toevertrouwen
Er zijn literaire festivals te organiseren en te bezoeken
Er is een vader die oude verhalen nieuw leven inblaast
Er is een dochter met een grenzeloze verbeelding
die Lampje mag spelen op het kinderboekenfestival
met lucifers in haar tasje, die niemand ziet, maar daar gaat het niet om,
die tijdens de voorstelling bij haar moeder op schoot kruipt als het droevig wordt
Er is een illustrator die dat vastlegt

Er is een zoon wiens wekelijkse avonturen door zijn opa in de mooiste woorden worden gegoten
Er is een oma die op haar 98e wereldliteratuur verslindt.

Er zijn levens die woeste wendingen nemen
en altijd is er taal en verhaal. Schrijven, lezen en delen helpt.
Ook al is er maar één zin of beeld voor jou raak.

Illustratie: SamS illustraties tijdens Het Mooie Kinderboekenfestival 

Verras! Over fruitig schrijven

Fruitig schrijven

Allemaal leuk en aardig, dat begrijpelijk schrijven, maar het wordt ook snel saai. Met woorden kun je zoveel meer. Wil je aandacht voor je tekst? Probeer dan je lezer te verrassen. Een paar tips.

Schrijf beeldend

Ons brein is visueel ingesteld. Een beeld zegt meer dan duizend woorden, maar met goedgekozen woorden kun je die beelden prachtig oproepen.

‘Ze had de handen van iemand die veel geredderd heeft in haar leven.’ Woorden van de Amersfoortse stadsdichter Eva Vleeskruyer. Dat redderen zie je voor je – nog meer dan die handen misschien – dat is een krachtig beeld.

Ander voorbeeld. Tot mijn eigen verbazing en spijt heb ik deze zin niet genoteerd dus het citaat is niet helemaal juist, maar het gaat om de tweede helft: ‘Hier woedt een oorlog/crisis maar twee straten verderop doet de groenteboer de andijvie in de aanbieding.’ Dat blijft hangen, die andijvie, door het contrast tussen zoiets groots en zoiets concreets en alledaags. Als er had gestaan ‘maar in de rest van de wereld gaat het leven gewoon verder’ had ik eroverheen gelezen.

Schrijf zoals je praat

Het is op zich al verfrissend als je wat meer schrijft zoals je praat. Veel mensen zijn geneigd stijver te schrijven dan te praten. Als je dichter op spreektaal zit, is je tekst toegankelijker en kun je je lezer verrassen.

Op menukaarten in restaurants zie je ook steeds meer informeels. ‘Carpaccio op het keukenblok geklopt (sorry voor het lawaai) €10.’ Dat is vaak leuk om te lezen, mits met mate en niet al door tien andere restaurants exact zo ‘fris’ geformuleerd.

Druk je krachtiger uit  

Blaas je woorden eens wat op, versterk ze. Mijn moeder deed dit graag: die jaagde nietjes door A4’tjes, rende naar Albert Heijn om wat makkelijks te grijpen, die brulde maar wat, die gooide een zoom in gordijnen (maar was vaardiger met de nietmachine) en bokste haar boeken terug in de kast.

Ben je in je teksten altijd positief? Dat gaat op den duur vervelen, al dat licht en in je kracht staan. Dan is het een prettige verrassing als je ook eens wat agressiever uit de hoek komt. Je lezer zal opgelucht ademhalen, jij bent ook maar een mens. Wind je je ergens over op? Druk je dan eens wat harder uit. Vooral als je normaal gesproken keurig bent in je schrijven, komt een beetje bot al lekker krachtig over. Niet van dat benauwde! Voor jezelf is het ook heel bevrijdend.

Japke Bouma schreef pas een stuk in NRC over haar afkeer van verkleinwoordjes:

‘Maar ook in de zorg struikel je over de verkleinwoorden. Daar zeggen ze: “U voelt straks een prikje” vlak voordat ze een holle naald met een meter doorsnede in je arm jassen. Of je krijgt een “roesje” waar je vier uur knock-out van bent. Of een “uitstrijkje”. Mijn huisarts zegt inmiddels “uitstrijk” en ik ben haar daar dankbaar voor, kom op zeg. Met je eendebek.’

Lees 

Laat je inspireren! Lees boeken, kranten, reclameteksten, blogs, recensies, gedichten, korte verhalen, columns. Kijk de kunst af van schrijvers die jij graag leest. De meeste grote schrijvers zijn zelf ook al lezend zo groot geworden. Lezen helpt om je eigen stijl te ontwikkelen, je stem te vinden.

Wat spreekt jou aan? Welke teksten / zinnen / woorden doen jouw hart harder kloppen? Onderschat niet het belang van deze literaire cardio.

Zelf ben ik fan van Marleen Pelle, boekverkoper in Arnhem. Die zegt dingen als: ‘Volgende week verschijnt er een graphic novel over de vagina. Commercieel gezien zijn non-fictie stripboeken over gynaecologische onderwerpen geen inkoppertjes. Maar deze krijgt een etalage, de mooiste plek op de toonbank en een dwingende aanbeveling van mij en mijn collega’s. We hebben goede hoop op een bestseller. Ik vind dit een on-mis-baar boek voor iedereen die een vagina heeft, of er wel eens mee in aanraking komt.’

 

Don’t overdo it

Ben je lekker aan het experimenteren met dat fruitige schrijven, dan kun je gemakkelijk doorslaan. Te veel van het goede werkt averechts. Heb je een nieuwe tekst geschreven? Leg hem dan even weg en herlees je zinnen de volgende dag. Of laat iemand meelezen.

Lijst

Houd een lijst bij van woorden en zinnen die je verrassen. De voorbeelden die ik hier noem heb ik allemaal driftig genoteerd toen ik ze las. (Behalve dan die andijvie.) Als je dan eens zit te ploeteren op een nieuwe tekst, lees je lijst dan door. Dat geeft bakken inspiratie.

Veel plezier met schrijven, lezen en met goeie zinnen jatten noteren. En de eerste die die zin met die andijvie weet te traceren, wint een jaar lang gratis andijvie.

Update: Nanda uit Zweden kan wat beter Googelen dan ik en vond de bron van de andijvie-zin. De strekking van de eerste helft was niet helemáál goed blijven hangen:

Het is als met massademonstraties: als je erbij bent is het alsof de hele wereld om één ding draait, maar twee straten verderop doet de groenteboer de andijvie in de aanbieding. (Tom-Jan Meeus, NRC)

Ter inspiratie! De schildpad van Toon Tellegen

schrijfcoach

‘Weet jij eigenlijk wel zeker dat jij de schildpad bent, schildpad?’ vroeg de krekel op een ochtend aan de schildpad.

De schildpad keek hem beduusd aan en begon na te denken. Na een tijd zei hij: ‘Nee. Dat weet ik niet zeker.’

Somber gluurde hij onder zijn schild vandaan naar de krekel.

‘Ik wel’, zei de krekel. ‘Ik tsjirp, dus ik ben de krekel.’ Hij maakte een sprongetje van plezier.

Ik doe niets, dacht de schildpad. Maar dat is volgens mij niet genoeg om de schildpad te zijn.

De kikker had het gesprek gehoord en zei: ‘Ik kwaak, dus ik ben de kikker.’

‘Inderdaad, kikker, inderdaad’, zei de krekel. ‘Jij kwaakt, dus jij bent de kikker.’

Zij sloegen elkaar op de schouders en keken de schildpad tamelijk meewarig aan.

Zou ik dan misschien niet de schildpad zijn? dacht de schildpad. Maar wie zou ik dan zijn…? Als ik nou eens denk: ik schuifel, dus ik ben de schildpad… Hij schuifelde wat heen en weer. Nee, dacht hij. Dat is niets. Er schuifelen er trouwens zoveel.

De schildpad voelde zich eenzaam en onzeker, terwijl de krekel en de kikker vrolijk wegliepen, elkaar op de schouders sloegen en zongen: ‘Wij weten wie wij zijn!’

Toen klonk er opeens een geraas vanuit de top van de eik, waaronder de schildpad stond. Het was de olifant die daar bij zonsopgang naar toe was geklommen. Nu viel hij. ‘Ik val…’ kon hij nog roepen. Toen viel hij met een zware slag op de grond vlak naast de schildpad.

Dat is de olifant, dacht de schildpad somber. Dat staat vast.

Even later sloeg de olifant zijn ogen op. ‘Hallo schildpad’, zei hij zachtjes.

‘Weet je zeker dat ik dat ben?’ vroeg de schildpad verbaasd. ‘Weet je dat echt zeker?’

‘Ja’, kreunde de olifant. ‘Wie zou je anders zijn?’

‘Dat weet ik niet’, zei de schildpad.

‘Nou dan’, zei de olifant en met een pijnlijk gezicht voelde hij aan de enorme bult op zijn achterhoofd.

De schildpad had de krekel en de kikker wel achterna willen hollen. Maar ja, dacht hij, als ik dat doe geloven ze helemaal niet dat ik de schildpad ben. En dus bleef hij stil staan, in het gras, onder de eik, en zei zachtjes tegen zichzelf: ‘Hallo schildpad. Hallo.’

(Uit: Misschien wisten zij alles, Toon Tellegen)

***

Loop jij al een tijdje rond met een idee voor een boek? Dit najaar heb ik nog twee plekken vrij voor ondernemers die een schrijfcoach kunnen gebruiken. Lees meer over hoe zo’n samenwerking eruitziet of neem direct contact met me op. Ik ben benieuwd naar je verhaal! 

Wat we zien is dat… Schraptip voor schrijvers.

Sla er een willekeurig NOS-journaal op na en je hoort dit soort zinnen:

‘Wat je ziet is dat bij sommige vermogenden dat ze investeren in zaken waar je vraagtekens bij kan zetten.’
‘Wat wij zien is dat de ontbijtfrequentie omhoog gegaan is. […] Wat we wél zien is dat er nog steeds heel veel zoet en chocoladebeleg ‘s ochtends gegeten wordt.’

Ok. Dit is niet NOS zelf, maar geïnterviewden. Maar dan, op het einde, zegt ons aller Willemijn Hoebert Het. Ook. ‘Wat dit plaatje laat zien dat is de temperatuur ten opzichte van de normaal die we op dit moment hanteren …’

Misschien vind je die laatste nog wel normaal klinken. Hij is van een iets andere orde, maar het blijft een omslachtige formulering. Alsof iemand haar vlak van tevoren vroeg: Willemijn, vertel eens, wat laat dit plaatje ons zien? Waarom niet gewoon: Dit plaatje laat zien. Weg met die loze woorden.

Wat we zien is dat? Serieus?

Wat we zien is dat er maar liefst 4 keer in 1 uitzending zo’n constructie wordt gebruikt. Waarom je zin beginnen met ‘wat we zien is dat’? Het is een soort misplaatste nadruk op jezelf en jouw inzichten. Alsof je er diepgravend onderzoek naar hebt gedaan en nu de resultaten presenteert. Missen wij iets als je die woorden weglaat? Wat we zien is dat ‘wat we zien is dat’ ook hele rare zinnen oplevert, waar je al pratend niet helemaal lekker uitkomt.

Ok. Dit is spreektaal. Maar dat maakt het niet minder irritant. En omdat spreektaal nogal eens doorsijpelt in schrijftaal, roep ik je op tot verzet. Doe er niet aan mee. #watwenietwillenzienisdat

En check dan meteen je eigen teksten op dit soort zinnen. Schrap die loze woorden, val je lezer er niet mee lastig.

Bovendien: als je struikelt over de vorm, komt de inhoud niet aan. In de woorden van weerman Marco Verhoef: ‘Ik vind het belangrijk dat de kijker na het weerbericht weet wat voor weer het gaat worden. Daarbij mag ik niet in de weg staan, bijvoorbeeld door kledingkeuze of woordgebruik.’ Kijk. Met recht een winnaar van de Duidelijketaalprijs.

Lief Lijf Leef

De afgelopen weken rolden ze een voor een van de pers. Drie bijzondere boeken waar ik als redacteur op mee mocht broeden.

Te lijf, de kunst van het mooi ouder worden van Isa Hoes en Medina Schuurman

Master your mindset, leef je mooiste leven van Michael Pilarczyk

Liefdesverdriet, zeven bijzondere ontmoetingen met jezelf van Petra van der Heiden

Lijf, leef, lief: wat hebben ze gemeen? Alles. Prettig ouder worden, zakelijk succes, persoonlijk geluk en gezond omgaan met verlies: deze boeken gaan over persoonlijke ontwikkeling. Over loslaten of juist nastreven. In elk geval: over keuzes maken.

Dat je onder werktijd in een onderwerp kunt duiken dat je persoonlijk boeit. En, als je eigen planning wat aan de krappe kant is, ver buiten werktijd. Dat je dan zelf qua keuzes maken en loslaten niet meer helemaal op het rechte pad zit. Met koffie tot de haargrens.

Hoe dan ook: een interessant onderwerp is één ding, maar wat dit vak zo mooi maakt is het persoonlijke contact met de auteur. Het onderlinge vertrouwen, daar kan ik tamelijk lyrisch over worden. Als dat goed zit, en als je elkaars rol respecteert, dan kun je samen slagen maken op inhoudelijk vlak. Samen bouwen aan het beste boek.

Het meeste plezier beleef ik aan de wat grovere redactie. Bij Te lijf kwam ik ingevlogen toen er een hoofdstukindeling lag en ruwe teksten en interviews. Met Isa en Medina heb ik meegedacht over wat er in welk hoofdstuk kwam te staan, in welke volgorde, welke toon. Dan schreven zij een hoofdstuk en bespraken we dat, bij Isa aan de keukentafel, op de uitgeverij of telefonisch. In de verschillende ronden gingen we van grover naar steeds fijner niveau: van structuur en onderwerpen afbakenen naar deelhoofdstukken, kaders, lijstjes, alinea’s, citaten, tussenkoppen, zinnen – totdat de tekst door kon naar de eindredactie van de uitgeverij. Met stijgende bewondering zag ik hoe Isa en Medina zich op het schrijven stortten, zichzelf binnenstebuiten keerden en de brute planning haalden.

Schrijvers die het schrijven serieus nemen. Die iets te melden hebben en er alles voor doen om hun verhaal zo goed mogelijk te vertellen. Die begeleid ik graag. De auteurs achter deze titels gaven mij de ruimte en het vertrouwen om mijn beste redacteur te laten zien.

En wat is dan je slechtste redacteur? Nou, zoiets.

Minimax & Gruwelijk Grondig

Minimax en gruwelijk grondig

Een blijk van vertrouwen is het, als een auteur mij zijn manuscript laat beoordelen. In ruil daarvoor geef ik de tekst mijn volle aandacht. Dat doe ik zo minimax mogelijk: met zo min mogelijk ingrijpen een zo groot mogelijk effect bereiken.

Maar voor ik het weet, heb ik met mijn Remingtonaanslag (en koffie tot de haargrens) een lijst met suggesties uitgetikt en een checklist-op-maat gemaakt en kijk ook eens op deze site en in dit inkijkexemplaar, kijk, hier is de link. Waarom? De auteur vroeg er niet om. Zit er misschien niet eens op te wachten. De extra tijd die dit kost, reken ik natuurlijk niet.

Het zit in de genen. We zijn allemaal zo godsgruwelijk grondig en eh, dienend? Als ik vroeger een werkstuk maakte, had mijn vader, voor ik een vraag kon stellen, al een stapel boeken uitgestald: over het betreffende onderwerp en over verwante, minstens zo interessante onderwerpen. Vraag ik mijn zus iets over taal of tekst (‘schrijf je dit aan elkaar of los?’), dan krijg ik een mail met vier bijlagen met handige overzichten.

KELZSen

Het is een begrip bij de Hopsters, KELZSen. Kantjes Eraf Lopen Zonder Schuldgevoel. Denk: biertje op terras met je benen omhoog terwijl je collega’s vergaderen. En dat dan met rustige ademhaling en schoon geweten.

KELZSen. Voor ons is dat: gewoon je werk doen. Niets extra’s. Maar we bakken er niks van, van dat hele KELZSen. Misschien willen we het niet, want die extra’s maken het zo leuk. Het werk en het contact. Iets met aandacht en betrokkenheid. Ik wil iets betekenen voor jou als auteur.

Als jij mij bij je boek betrekt, voel ik me oprecht betrokken. Bij de tekst en een beetje bij de mens erachter.

Als jij mij je boek toevertrouwt, geef ik jou mijn beste redacteur.

En dan kun je dat ongevraagde advies en die licht dwingende suggesties vrolijk in de wind slaan.

 

De Boekenbaljurk. Hoe een redacteur soms radicale keuzes moet maken

Boekenbal jurk

‘Je mag mee.’
De verlossende woorden.

Het is onderdeel van de Boekenbalgekte: als redacteur ben je tot op de dag van het bal niet zeker van een kaart. Van je plaats. Het aantal uitnodigingen is beperkt en moet worden verdeeld over het boekenvak: de groten, de bijna-groten, de eens-groten, de ik-kan-jou-groot-makens.

Ben je bestsellerauteur, grachtengordeluitgever, DWDD-boekhandelspanel of gewoon knap en aanstormend, dan krijg je een kaart op naam; bungel je daaronder dan is het afwachten geblazen. Je uitgeverij heeft een paar kaarten, maar wie wordt wie zijn introducee? Voel je je niet zo lekker? Hierrr met die kaart.

Iedereen weet dat iedereen uiteindelijk gewoon binnen komt  (tot en met de stagiairs, en anders wurm je je langs de bewaking) maar we spelen het spel vrolijk mee.

Moeilijke hakken

Ander vast onderdeel: te dure dingen kopen die niet lekker zitten en die je daarna nooit meer gebruikt. (Ik ben niet de enige; as we speak krijg ik een nieuwe-schoenen-gekocht-app van een lotgenoot. Ik noem geen namen. Je herkent haar morgenavond aan haar strompelende pas.)

In 2012 was ik redacteur bij Ambo Anthos. Bungeldebungel. Ik rekende nergens op, had ook geen jurk klaar liggen. Ook niet stiekem. (Ja, nee, het wordt hem niet dit jaar. En dan SJABAM: de perfecte jurk met bijpassende hakken en gister gelakte nagels).

‘Je mag mee.’ Er was iemand ziek, waarschijnlijk. Of vergiftigd.

Voor de kast: een jurk had ik wel, maar schoenen…? Ik had een paar uur. En een dochter van anderhalf. De stad in. Groene, ik heb groene nodig. Groene groene groene. Mijn carrière hangt ervan af. Die! Tikkie hoog maar wel de goeie kleur.

Tien minuten heb ik ze aan gehad daar op die dansvloer. Toen heb ik ze in de coulissen gesmeten. Verder gedanst op panty tussen glasscherven. Want een beetje fatsoenlijke platte schoenen (‘heb je geen flatjes bij je?’) die ook nog bij die jurk stonden, had ik niet. Niet niet-meegenomen, ik hád ze gewoon niet. Zoals ik wel meer basic kledingstukken mis die iedereen schijnt te hebben.

Was ik volhardender geweest (niet klagen maar dragen en bidden om kracht) dan was ik voor de bijl gegaan bij het eerste wc-bezoek. Even die hakken uit… Goddelijk. Om vervolgens, net als je gekwelde sisters, met je hakken in je hand het hokje uit te stappen.

Het nadeel van geen platte schoenen bij je hebben, is dat je at some point die klotehakken weer aan moet. Ik heb eens iemand op kousenvoeten naar huis zien lopen. Misschien was ik het zelf.

Rode Raaf

Te veel tijd om over de outfit na te denken is ook rampzalig. In 2013 kreeg ik zowaar een kaart op naam. Geen stress voor mij. Alle tijd om een veel te dure-en-maar-voor-één-gelegenheid-Karen-Millen-jurk aan te schaffen waarin je je buik moet inhouden. Eén avond aan gehad, daarna nooit meer. Mijn leven paste niet helemaal bij die jurk. En ik er inmiddels niet meer in.

2014 was ik net gestart bij Atlas Contact; pikorde-technisch vér onder de last-minute bungelaars. En toen was daar de Rode Raaf met wie ik mee mocht. Eigen jurk en schoenen. De last-minute te dure maar oh zo noodzakelijke aankoop van dat jaar: een leren mini-handtas waarvan het hengsel op de dansvloer al snel in de weg zat. Hengsel in de coulissen en hele avond gedanst met een soort zwarte portemonnee in mijn hand. Clutch zou ik het niet durven noemen. Elegant is anders. Gelukkig is iedereen dronken.

Boekenbal 2015 zat ik thuis met baby en nu, 2016, mag ik weer mee met de Rode Raaf. Ik gaf mezelf één winkel en één uur. En ik vond zowaar een jurk die:

  • lekker zit
  • betaalbaar is
  • ik vaker aan kan
  • geen ingewikkeld jasje behoeft of een moeilijke sjaal die steeds afglijdt

Kom maar op you guys.

@CPNB: is het een idee om aan het eind van het bal iedereen zijn jurk/smoking heel deeleconomisch door te laten geven aan iemand anders? Het geld dat we daarmee massaal uitsparen geven we uit aan boeken. Win-win.

Op een mooie boekenweek!

En voor de last-minute-losers heb ik dus in de aanbieding: oranje glimjurk, groene te hoge hakken en mini-handtas zwart.

Want je kunt niets zeker weten

Zeker weten

Bijna tien jaar geleden was John Green voor het eerst in Nederland. Ik werkte toen bij Lemniscaat en we hadden een mooie tour gepland langs pers, boekhandels en scholen. Zijn vrouw Sarah kwam mee en iemand had ons verteld dat hun trouwdag precies in die week viel. Hun first anniversary zouden ze in Amsterdam vieren.

We hadden een tafel voor twee gereserveerd bij restaurant Bloesem (inmiddels gesloten) en ik fietste er de dag van tevoren nog even langs. Om te vertellen dat er een aangestormd literair talent kwam eten. En om te vragen of ze John en Sarah wilden verrassen met een glas champagne om te proosten op hun trouwdag.

Behaagziek of attent?

Ik wilde in elk geval dat ze zich prettig voelden. Dat heb ik ook met auteurs die mij hun teksten toevertrouwen. Dat is niet niks – zeker niet bij hoogpersoonlijke verhalen – en ik wil daar zorgvuldig mee omgaan. In ruil voor hun vertrouwen ben ik betrokken. Bij de tekst, en een beetje bij de mens erachter.

Dat contact, dat onderlinge vertrouwen, vind ik het mooiste aan mijn vak. Dan doe je het samen. En kom je het verst. Ik geloof in attent zijn, over en weer. Voor mij is dat waardevol. Ik hoop voor mijn auteurs ook.

Bij John is Bloesem in elk geval blijven hangen: het speelde een rol in The Fault in Our Stars.

Uit je hoofd, in je lijf

Uit je hoofd, in je lijf

En soms… moet je gewoon even je eigen boek aan de kant schuiven.

Uit je hoofd. In je lijf. Zeggen ze dan. Een eind fietsen, een frisse neus, een downward facing dog.

Ik zeg: blader eens een uur in Het wonder van jou van Jan Paul Schutten en Floor Rieder. Het sprankelt. Goed voor hart en bloedvaten. Een soort boek-equivalent van de tv-serie Er was eens… het leven. Ken je die nog? Of beledig ik nu Jan Paul en Floor? Op mij hebben die mannetjes die door je vaten hollen in elk geval een onuitwisbare indruk gemaakt.

Laat je inspireren. Laat zo’n boek je een zet geven om ook jouw eigen stijl te ontwikkelen, te onderzoeken. Om het beste boek uit jezelf te halen.

Dat effect heeft een boek als Het wonder ook op mij als redacteur. Niet alleen geniet ik van woord en beeld, van vakmanschap en gevoel voor humor; zo’n boek drukt me met een dankbare neus op mijn prachtige vak.

Dit boek (en vele andere) houdt een lat hoog. De lat van het boek dat je anders van de bank doet opstaan dan je erin plofte. Dat hoeft niet hoogdravend of hemelbestormend. Niet literair verantwoord of alleen maar vernieuwend. Het kan ook zitten in: de kunst verstaan om een breed publiek te boeien. Een inspirerend verhaal vertellen. Een treffend beeld dat blijft hangen. Een prent waarin je kleine verrassingen blijft ontdekken.

Zo’n boek spoort mij aan om de beste redacteur te zijn voor ‘mijn’ auteurs. Zodat zij zich voelen aangespoord om hun beste auteur te laten zien. Geen genoegen nemen met een structuur die niet past of een toon die niet werkt. Samen streven naar de krachtigste vorm om hun verhaal te vertellen. Dat is waar ik mijn auteurs bij probeer te helpen.

Een boek dat je hart harder doet kloppen. Uit je hoofd, in je lijf. Literaire cardio. Welk boek houdt jouw lat hoog?

Boeien! 3 tips voor non-fictieschrijvers

Boeien! 3 tips voor non-fictieschrijvers

Je hebt je boekidee en bent er Goed Gestructureerd mee aan de slag gegaan. Je hebt op een rij uit welke onderdelen je boek gaat bestaan. Gewoon maar achter elkaar..? Onze dochter (8) deed dat zo, aan duidelijkheid niets te wensen overlatend: ‘Ik ben Saar. Dit verhaal gaat over mij. Laten we beginnen bij mijn geboorte.’ En hoe spannend dat ook was, verhaaltechnisch kan het een tikkie boeiender.

Misschien kom je vanaf de andere kant. Had je een te ingewikkelde structuur en ben je net uit de knoop. De klit ontward, een stuk eruit geknipt, now what?

Borstelen tot het glimt is niet genoeg. Niet bij fictie, niet bij non-fictie. Ik houd me alleen bezig met non-fictie. En ook daar geldt: om je lezer geboeid te houden moet je dynamiek aanbrengen. Reliëf. Afwisseling. En dat zit hem niet alleen in structuur.

Drie tips voor een boeiend boek:

1. Zorg voor een iets spannender structuur: In een familiegeschiedenis kun je bijvoorbeeld starten met een flash forward, dan terug naar het ‘begin’ en vanaf daar chronologisch. Je kunt ook in het midden beginnen en in flash backs de nodige informatie geven. Of je wisselt je hoofdstukken af: verteller1-verteller2 (zoals in Het zwijgen van Maria Zachea), of heden-verleden, of kleine geschiedenis-grote geschiedenis. Dat je dat laatste subtiel met elkaar kunt verweven laat Marja Vuijsje mooi zien in Ons kamp dat ik nu lees.

(Kijk wat op een natuurlijke manier past bij jouw verhaal. Maak het niet te bont. Voor je het weet zit je weer in de knoop.)

2. Gooi er eens een andere tekstsoort in: Strooi bijvoorbeeld fragmenten van brieven door je verhaal, zoals Annejet van der Zijl doet in Sonny Boy. Wissel beschrijving af met dialoog of dagboekfragment. Of neutrale stukken met de ‘eigen wijs’ (zoals Gerard van Westerloo dat noemt in Meer dan de feiten) waarin je zegt wat je ervan denkt.

3. Leg accenten: sommige verhaalelementen verdienen meer aandacht dan andere. Een cruciale wending, een gesprek, een tegenstelling. Geef die extra ruimte, letterlijk. Je kunt bijvoorbeeld elk detail beschrijven. Of je giet een dramatisch belangrijke gebeurtenis in een scène, zoals de openingsscène van Het pauperparadijsAls je de goede accenten legt, voorkom je dat je verhaal vlak wordt en gaat kabbelen.

Wat werkt voor jouw verhaal? Laat het me weten!