Schrijvende ondernemers #3: ‘Je moet zelf in staat zijn om je boek te verkopen.’

master your mindset

Schrijvende ondernemers #3: Michael Pilarczyk

 

Met veel plezier begeleid ik schrijvers bij het schrijven van hun boeken. Steeds vaker zijn dat ondernemers. Om beginnende schrijvers meer inzicht te geven in het proces van schrijven en uitgeven, laat ik de komende tijd schrijvende ondernemers aan het woord. Vandaag: Michael Pilarczyk, schrijver van onder meer Master your mindset.

Waarom schrijf je boeken?

De voornaamste reden is om mensen toegang te geven tot kennis en ervaring die ik heb over bepaalde onderwerpen. Ik wil graag kennis en ervaring delen over levenskunst, zoals ik dat noem. In mijn specifieke geval is dat mindset, het functioneren van ons denken, hoe ons gedrag tot stand komt en hoe je dat kunt veranderen in positieve zin. Dit zijn onderwerpen waarover je op school niets leert en tijdens je opvoeding wordt er ook niet veel over uitgelegd. En juist dit zijn de belangrijkste zaken in je leven, jezelf begrijpen, je eigen denkwijze begrijpen, communicatie, begrijpen hoe anderen denken en reageren. Toen ik begon in te zien dat veel mensen hier inzichten en kennis misten, ben ik erover gaan spreken en schrijven. Een andere reden is dat het mij een bepaalde status en bekendheid geeft als expert in deze materie.

Over Master your Mindset: hoe lang zat er tussen de eerste woorden op papier en het boek in handen?

De inhoud van Master your mindset zat al grotendeels in mijn hoofd, omdat het onderwerpen bevat waarover ik veel spreek. Daardoor kon ik dit verhaal vrij snel op papier zetten. Het schrijfproces duurde vier maanden. Vervolgens nog correcties en opmaak. Eind mei 2016 ben ik begonnen met schrijven en 5 november was de boekpresentatie.

Je neemt het schrijven serieus. In een goed boek gaan enorm veel uren zitten. Vind je het je tijd waard?

Ja, anders zou ik het niet doen. Ik schrijf graag en zou het meer willen doen. Maar goed schrijven kost echt heel veel tijd. Ik heb nu twee boeken geschreven en vier vertaald. Maar ik schrijf ook artikelen voor online publicaties en mijn online programma’s zijn feitelijk ook een soort boeken. Het is in elk geval serieus schrijfwerk. Ik schrijf liever minder, maar wat ik schrijf doe ik graag zo goed mogelijk. Ik wil graag een nieuw boek schrijven, maar ik weet dat ik daarvoor maanden tijd nodig heb en daarvoor kan ik momenteel niet de ruimte in mijn agenda maken. Maar er komt zeker een nieuw boek.

Hoe organiseerde je het schrijven naast je onderneming(en)? 

Als ik schrijf, dan schrijf ik en doe ik zo min mogelijk andere dingen. Dat betekent zo veel mogelijk uren per dag, elke dag en vaak ook ‘s nachts. Ik ga ‘s ochtends zitten, dan lees ik wat ik al op papier heb staan, wat ik de vorige dag heb geschreven en dan begin ik te schrijven. Soms schrijf ik dan veel nieuwe tekst, soms ga ik tekst van de dag ervoor bijschaven, dus herschrijven. Als ik in een schrijfproces zit, wil ik mijzelf niet laten afleiden door andere zaken. Er zijn ook momenten van onderzoek, opzoeken en lezen, om feiten op te zoeken of bepaalde zaken te kunnen onderbouwen. Dat hoort er allemaal bij. Ik maak tijd om te schrijven, zodat ik mij zo min mogelijk met andere zaken of activiteiten hoef bezig te houden. Focus!

Wat vond je tegenvallen bij het schrijven?

Het kost heel veel tijd. Heel veel van wat je schrijft is niet goed, of moet in elk geval worden herschreven. Maar dat maakt je beter, dus het is nodig. Het schrijven valt nog heel erg mee, pas als je boeken wilt gaan verkopen – en zeker in grote aantallen – wordt het moeilijk. Maar ik zie dat zowel het schrijven als het verkopen door veel aspirant-schrijvers worden onderschat.

Viel er ook iets mee? 🙂

Dat je steeds beter gaat schrijven als je het vaker en meer doet. Dan bedoel ik wel veel vaker en veel meer. In mijn geval althans. Daarbij moet ik wel zeggen dat ik altijd word begeleid door een redacteur tijdens het schrijfproces. En daar heb ik heel veel van geleerd. En wat in mijn geval heel erg is meegevallen, is dat wij veel boeken hebben verkocht en dat ik bijzonder veel goede recensies heb mogen ontvangen.

Je hebt je eigen uitgeverij opgericht. Wat hield dat in en zou je dit anderen aanraden?

Toen ik mijn eerste boek Dansen in de hemel (een roman) had geschreven, was het niet eenvoudig een uitgeverij te vinden. De uitgeverijen die enige interesse hadden waren niet echt voornemens te investeren in mij als onbekende schrijver en een nieuw boek. Daarnaast wilde ik graag een eerste oplage van 10.000 exemplaren. Ook maakte ik duidelijk dat mijn doel was om 100.000 lezers te bereiken en een top 10 notering in het jaaroverzicht, oftewel veel boeken verkopen. Dit werd door geen enkele uitgeverij serieus genomen. Hierop besloot ik om zelf een uitgeverij op te richten. Daarvoor had ik wel iemand nodig met ervaring en kennis van de boekenwereld.

Bij toeval kwam ik Elise de Bres tegen. Ik vertelde haar mijn verhaal en een paar dagen later richtten we Invictus Publishing op. Van Dansen in de hemel verkochten we in het eerste jaar ruim 50.000 exemplaren en in het jaaroverzicht van Nederlandse romans stond het boek op nummer 8. Was het een eenvoudig proces? Nee, wel leerzaam. Een uitgeverij heb je niet nodig, maar je hebt wel iemand nodig die weet wat je wel en niet moet doen, iemand met kennis van de boekenwereld. Voor mij is dat Elise de Bres. Zij kende vertegenwoordigers die ervoor zorgden dat onze boeken in de boekhandel terechtkomen. Zij kent mensen die onderdeel zijn van ons ‘dreamteam’.

Een goede editor en een corrector zijn essentieel. Elke schrijver heeft een begeleider nodig, een redacteur. Maar het belangrijkste is uiteindelijk als je een goed boek hebt afgeleverd, dat je zelf in staat bent om je boek te verkopen. Je hebt fans en volgers nodig. En je zal heel creatief moeten zijn om je boek onder de aandacht te brengen. Ik ben wekenlang door het land gereisd om gratis lezingen te geven. Wij hebben de eerste 1000 exemplaren gratis weggeven in de trein (een plek waar mensen lezen). Een eigen uitgeverij oprichten betekent wel dat je alle kosten zelf moet betalen, in elk geval moet voorfinancieren. Maar als je succes hebt, is de winst ook voor jezelf.

Wat hebben je boeken je opgeleverd?

In totaal hebben we nu rond de 175.000 exemplaren verkocht van mijn eigen boeken en de vertalingen die ik heb geschreven. Dat betekent dat veel mensen kennis hebben gemaakt met wat ik doe, naamsbekendheid en een beetje geloofwaardigheid in wat ik doe. Vaak is een boek of een podcast de eerste kennismaking. Vervolgens zijn er daarna mensen die willen meedoen met een online programma of een live event.

Heb je een advies voor ondernemers die een boek willen schrijven? 

Ik heb me heel goed ingelezen. Alle boeken die er bestonden over het schrijven en uitgeven van boeken heb ik gelezen. En ik heb een cursus gevolgd. Dus ik heb zelf goed onderzoek gedaan voordat ik begon en tijdens het schrijfproces.

Advies: Bedenk vooraf heel goed waarom je een boek wilt schrijven. Je denkt wellicht dat jouw verhaal uniek is, maar dat blijkt vrijwel nooit het geval te zijn. Wat wil je vertellen? Wat heb je te vertellen, wat voor de lezer echt interessant is? En bekijk dat vanuit het perspectief van de objectieve lezer, niet vanuit jouw subjectieve visie. Wat is je doel met het boek? Wil je boeken verkopen, veel lezers, of wil je er geld mee verdienen? Er is voldoende interessants te melden om een goed boek te schrijven, maar er zijn ook al heel veel boeken die niet verkocht en gelezen worden.

Volg in elk geval eerst een schrijfopleiding, zoals ik zelf driemaal een cursus heb gevolgd aan de Schrijversvakschool. Zorg dat je een goede redacteur betrekt vanaf het begin van het schrijfproces, wacht niet totdat je manuscript (in jouw optiek) klaar is. Zonder goede redacteur en corrector ben je kansloos. En denk tijdig na of je een uitgever wilt die je boek gaat uitbrengen, of dat je het in eigen beheer wilt doen. In beide gevallen moet je weten dat jij zelf de publiciteit moet regelen. Dus wat is je plan? Hoe ga jij je boek onder de aandacht brengen?

Schrijvende ondernemers #2: ‘Ik had eigenlijk heel veel te vertellen!’

managers op het matje

Schrijvende ondernemers #2: Esther Teeuw 

Met veel plezier begeleid ik schrijvers bij het schrijven van hun boek. Steeds vaker zijn dat ondernemers. Om toekomstige schrijvers wat meer inzicht te geven in het proces van schrijven en uitgeven, laat ik de komende tijd een paar schrijvende ondernemers aan het woord.
Vandaag: Esther Teeuw die Managers op het matje schreef. Het verscheen in februari 2020 bij S2Uitgevers.

Waarom wilde je een boek schrijven?

Omdat ik voelde dat leidinggevend Nederland wel een nieuwe visie op leiderschap kon gebruiken. Leidinggevenden werken veel te veel vanuit hun hoofd en te weinig vanuit hun lichaam. Het is mijn missie daar verandering in te brengen.

Hoe lang ben je bezig geweest met het schrijven? En hoe lang zat er tussen de eerste woorden op papier en het boek in handen?

Ik ben begonnen met schrijven op 6 feb 2019. De lanceerborrel was precies een jaar later op 6 feb 2020. Ik heb 9 maanden geschreven. Daarna het hele proces van afronden, voorkant, drukken etc.

Hoe organiseerde je dat naast je onderneming?

Ik ben begonnen met schrijven tijdens een reis naar Sri Lanka, 15 dagen lang iedere ochtend om 07.00 uur starten met 1000 woorden schrijven. Toen had ik 1/3 van het boek af, dacht ik toen. Een lekker begin. Daarna om ieder weekend: 2 uur op zaterdag, 2 uur op zondag. Discipline dus. Ik heb ook wel eens een paar weken niets gedaan, dan had ik echt geen zin meer.

Wat vond je tegenvallen bij het schrijven?

Dat het niet in 1x goed was. Steeds heen en weer sturen. Het structureren vond ik het lastigst. Wat wilde ik nu écht zeggen? Tot in het laatste weekend voor de deadline heb ik serieuze veranderingen in de structuur aangebracht.

Viel er ook iets mee? 🙂

Ik had eigenlijk heel veel te vertellen. Ik dacht een boek te maken van 45.000 woorden. Het zijn er 62.000 geworden.

Hoe heb je het uitgegeven? En wat vond je prettig aan het werken met een/deze uitgever?

Ik heb gewerkt met S2, geen traditionele uitgever. Een heel ander businessmodel: zij begeleiden je in het proces, de investeringen deed ik zelf. Voor een ondernemer een heel fijne manier van werken.

Je hebt ook een luisterboek opgenomen: hoe ging dat in zijn werk?

Drie middagen voorlezen, totaal 12 uur. Heel goed en fijn begeleidt door Bookora. Zij regelen alles, ik hoefde alleen maar voor te lezen.

Wat heeft het boek je opgeleverd?

Heel veel media-aandacht en nieuwe contacten.

Heb je een advies voor ondernemers die een boek willen schrijven? 

Doe de structuur eerst. Denk na over wat je wilt vertellen, ga daarna pas invullen. En: gewoon doen! Het vraagt wat discipline maar met een beetje hulp is het goed te doen. En zonder Jet was het niet gelukt. Een schrijfcoach die in je gelooft, die je een zetje geeft als je geen zin meer hebt: goud waard.

Lees verder over Managers op het matje. Of bekijk de video van Managementboek.

Wil je ook aan de slag met je boek? Neem contact met me op! Ik ben benieuwd naar je verhaal. 

Schrijvende ondernemers #1: ‘Ik heb een steen verlegd.’

Schrijvende ondernemers #1: Peter Hoogeveen

Met veel plezier begeleid ik schrijvers bij het schrijven van hun boek. Steeds vaker zijn dat ondernemers. Om inzicht te geven in het proces van schrijven en uitgeven, laat ik de komende tijd een paar schrijvende ondernemers aan het woord. Vandaag: Peter Hoogeveen die het boek Business aikido schreef dat het schopte tot de shortlist van Managementboek van het Jaar 2019. Het verscheen bij uitgeverij NUBIZ.

Waarom wilde je een boek schrijven?

Ik meende een bijzonder en delenswaardig verhaal te hebben waarvan ik (toen ik begon) al 8 jaar de praktische waarde in het bedrijfsleven zag. Er was naar mijn idee geen goed Nederlands boek over en geen praktisch Engelstalig boek. Daarbij voelde ik de behoefte om vanuit alles dat ik had verzameld mijn eigen verhaal op papier te zette

Hoe lang ben je bezig geweest met het schrijven?  

Ik heb eerst in twee jaar tijd een paar grove versies geschreven. Daarbij voor mijzelf op zoek geweest naar de juiste flow en locatie om te werken. Toen ik die eenmaal had heb ik 8 maanden gestructureerd aan het boek gewerkt.

Hoe organiseerde je dat naast je onderneming?

Ik had een kantoortje waar ik in alle rust kon werken. Tussendoor deed ik wat opdrachten waarmee ik geld verdiende. Maar eerlijk is eerlijk: ik heb in die periode veel minder omzet gemaakt. De toch wat naar binnen gekeerde energie van het schrijven vond ik lastig te combineren met de naar buiten gerichte energie die nodig is voor marketing.

Wat vond je tegenvallen bij het schrijven? 

Ik heb voor mijzelf de lat hoog gelegd en wilde echt een gedegen verhaal schrijven en ook nog eens puntig. Mijn eerdere versies waren vaak te wollig. Soms kwam ik tot de conclusie dat ik het gewoon niet kon opschrijven omdat ik op een specifiek punt niet goed genoeg wist hoe het nu werkelijk zat. Dat was dan de trigger voor nader onderzoek. Die moeite heb ik genomen maar maakte wel dat ik een aantal maanden langer bezig was dan ik had bedacht.

Viel er ook iets mee? 🙂 

Jazeker. Eenmaal de juiste plek gevonden (een kantoortje in het toch wat saaie Leusden) maakte ik echt meters. De rust zorgde dat er momenten waren dat elementen op hun plek vielen. Bijvoorbeeld mijn business aikido routekaart of speelveld. Daarin komt het hele verhaal samen in slechts 3 vragen. Die had ik anders niet snel kunnen bedenken. Verder is de hulp van mijn uitgever en redacteur fijn geweest. Wat in de laatste fase heel fijn was is de bevestiging (van Jet :)) in mijn conceptteksten. Kleine opmerkingen als ‘dit leest fijn’ en ‘een opmerking als deze geeft verbinding tussen tekstblokken’. Op een gegeven moment zag ik dat zelf niet meer.

Hoe heb je een uitgever gevonden? 

Via een klant. Die tipte mij NUBIZ. Dat contact was gelijk goed. Eigenlijk is de eerste uitgever die ik benaderde dus degene geworden die mijn boek heeft uitgegeven. Daarnaast heb ik nog wel wat andere uitgevers benaderd waarvan er een alleen al op de titel ‘aikido’ geen interesse had, een ander gaf aan het te concurrerend te vinden met een eerder uitgegeven boek over ‘aikido en business’ en een derde vroeg mij om een manuscript in hardcopy aan te leveren. Dat heb ik maar gelaten omdat ik een goed gevoel had bij NUBIZ.

Wat vond je prettig aan het werken met een uitgever? 

Het vakmanschap, het geduld (waarvan ik soms te weinig heb), het meedenken met zowel het boek als mijn business en ook de constructief-kritische opstelling. Ik voelde dat het boek daar beter van ging worden. Mijn aanvankelijke gevoel is intussen bevestigd. NUBIZ heeft er een prachtig boek van gemaakt.

Wat heeft het boek je opgeleverd? 

Een eervolle shortlistnominatie voor Managementboek van het jaar 2019. Daar heb ik het boek niet voor geschreven maar dit is een hele fijne waardering. Natuurlijk benut ik dat in mijn marketing. Het levert mij ook opdrachten op, ook uit netwerken waar ik verder niet in zit. Daarnaast hele toffe reacties van mensen die ik niet ken en aangeven heel blij te zijn met het boek. Dat is bijzonder. Eeuwige roem, blije mensen en meer opdrachten dus. Bovendien is een boek een prachtig visitekaartje, een waardevol naslagwerk en iets om trots op te zijn. Ik heb een steen verlegd ;).

Heb je een advies voor ondernemers die een boek willen schrijven?

Zelf volgde ik eerste een aantal (gratis) webinars. Daaruit leerde ik om mijn onderwerp af te bakenen. Qua inhoud en doelgroep. Dat hielp om in de juiste taal en toon te schrijven. Zoek een ruimte waar je fijn (en lang) kunt werken. Ik heb een keer een week een huisje gehuurd. Dat was veel te duur en te kort. Dat zou ik dus laten. Verder is het essentieel om schrijfblokken in je agenda te plannen. Geen afleiding: zitten en schrijven. Ik heb veel geleerd, met vallen en opstaan. Een volgende keer zou ik vooraf een keer met een schrijfcoach sparren over een aanpak. Jazeker, er pruttelen wat gedachten over een volgend boek. Wordt vervolgd …

Meer weten over het boek Business aikido? Bekijk Peters website KIWORKX of de video van Managementboek.

Heb jij ook een idee voor een boek? Neem contact met me op! Ik ben benieuwd naar je verhaal.

Verras! Over fruitig schrijven

Fruitig schrijven

Allemaal leuk en aardig, dat begrijpelijk schrijven, maar het wordt ook snel saai. Met woorden kun je zoveel meer. Wil je aandacht voor je tekst? Probeer dan je lezer te verrassen. Een paar tips.

Schrijf beeldend

Ons brein is visueel ingesteld. Een beeld zegt meer dan duizend woorden, maar met goedgekozen woorden kun je die beelden prachtig oproepen.

‘Ze had de handen van iemand die veel geredderd heeft in haar leven.’ Woorden van de Amersfoortse stadsdichter Eva Vleeskruyer. Dat redderen zie je voor je – nog meer dan die handen misschien – dat is een krachtig beeld.

Ander voorbeeld. Tot mijn eigen verbazing en spijt heb ik deze zin niet genoteerd dus het citaat is niet helemaal juist, maar het gaat om de tweede helft: ‘Hier woedt een oorlog/crisis maar twee straten verderop doet de groenteboer de andijvie in de aanbieding.’ Dat blijft hangen, die andijvie, door het contrast tussen zoiets groots en zoiets concreets en alledaags. Als er had gestaan ‘maar in de rest van de wereld gaat het leven gewoon verder’ had ik eroverheen gelezen.

Schrijf zoals je praat

Het is op zich al verfrissend als je wat meer schrijft zoals je praat. Veel mensen zijn geneigd stijver te schrijven dan te praten. Als je dichter op spreektaal zit, is je tekst toegankelijker en kun je je lezer verrassen.

Op menukaarten in restaurants zie je ook steeds meer informeels. ‘Carpaccio op het keukenblok geklopt (sorry voor het lawaai) €10.’ Dat is vaak leuk om te lezen, mits met mate en niet al door tien andere restaurants exact zo ‘fris’ geformuleerd.

Druk je krachtiger uit  

Blaas je woorden eens wat op, versterk ze. Mijn moeder deed dit graag: die jaagde nietjes door A4’tjes, rende naar Albert Heijn om wat makkelijks te grijpen, die brulde maar wat, die gooide een zoom in gordijnen (maar was vaardiger met de nietmachine) en bokste haar boeken terug in de kast.

Ben je in je teksten altijd positief? Dat gaat op den duur vervelen, al dat licht en in je kracht staan. Dan is het een prettige verrassing als je ook eens wat agressiever uit de hoek komt. Je lezer zal opgelucht ademhalen, jij bent ook maar een mens. Wind je je ergens over op? Druk je dan eens wat harder uit. Vooral als je normaal gesproken keurig bent in je schrijven, komt een beetje bot al lekker krachtig over. Niet van dat benauwde! Voor jezelf is het ook heel bevrijdend.

Japke Bouma schreef pas een stuk in NRC over haar afkeer van verkleinwoordjes:

‘Maar ook in de zorg struikel je over de verkleinwoorden. Daar zeggen ze: “U voelt straks een prikje” vlak voordat ze een holle naald met een meter doorsnede in je arm jassen. Of je krijgt een “roesje” waar je vier uur knock-out van bent. Of een “uitstrijkje”. Mijn huisarts zegt inmiddels “uitstrijk” en ik ben haar daar dankbaar voor, kom op zeg. Met je eendebek.’

Lees 

Laat je inspireren! Lees boeken, kranten, reclameteksten, blogs, recensies, gedichten, korte verhalen, columns. Kijk de kunst af van schrijvers die jij graag leest. De meeste grote schrijvers zijn zelf ook al lezend zo groot geworden. Lezen helpt om je eigen stijl te ontwikkelen, je stem te vinden.

Wat spreekt jou aan? Welke teksten / zinnen / woorden doen jouw hart harder kloppen? Onderschat niet het belang van deze literaire cardio.

Zelf ben ik fan van Marleen Pelle, boekverkoper in Arnhem. Die zegt dingen als: ‘Volgende week verschijnt er een graphic novel over de vagina. Commercieel gezien zijn non-fictie stripboeken over gynaecologische onderwerpen geen inkoppertjes. Maar deze krijgt een etalage, de mooiste plek op de toonbank en een dwingende aanbeveling van mij en mijn collega’s. We hebben goede hoop op een bestseller. Ik vind dit een on-mis-baar boek voor iedereen die een vagina heeft, of er wel eens mee in aanraking komt.’

 

Don’t overdo it

Ben je lekker aan het experimenteren met dat fruitige schrijven, dan kun je gemakkelijk doorslaan. Te veel van het goede werkt averechts. Heb je een nieuwe tekst geschreven? Leg hem dan even weg en herlees je zinnen de volgende dag. Of laat iemand meelezen.

Lijst

Houd een lijst bij van woorden en zinnen die je verrassen. De voorbeelden die ik hier noem heb ik allemaal driftig genoteerd toen ik ze las. (Behalve dan die andijvie.) Als je dan eens zit te ploeteren op een nieuwe tekst, lees je lijst dan door. Dat geeft bakken inspiratie.

Veel plezier met schrijven, lezen en met goeie zinnen jatten noteren. En de eerste die die zin met die andijvie weet te traceren, wint een jaar lang gratis andijvie.

Update: Nanda uit Zweden kan wat beter Googelen dan ik en vond de bron van de andijvie-zin. De strekking van de eerste helft was niet helemáál goed blijven hangen:

Het is als met massademonstraties: als je erbij bent is het alsof de hele wereld om één ding draait, maar twee straten verderop doet de groenteboer de andijvie in de aanbieding. (Tom-Jan Meeus, NRC)

Begrijpelijke teksten schrijven: 10 tips!

Begrijpelijke teksten schrijven

‘In dat geval,’ sprak de Dodo plechtig, terwijl hij overeind kwam, ‘stel ik voor om deze bijeenkomst te onderbreken, zodat we ons kunnen richten op effectievere methoden.’
‘Praat toch gewoon,’ zei het Adelaarsjong. ‘Ik begrijp al die lange woorden niet. Sterker nog, volgens mij begrijp je ze zelf ook niet.’ (Alice in Wonderland)

Praat toch gewoon

Begrijpelijke teksten schrijven is een kunst. Het is zo gemakkelijk om anderen te wijzen op hun onmogelijke teksten vol vaktermen, vage taal en clichédiarree, maar als je zelf gaat schrijven merk je hoe lastig het is om kraakhelder te formuleren.

Als ik mijn eigen teksten naloop, kan het bijna altijd eenvoudiger en concreter. Als ik webteksten schrijf voor een opdrachtgever en het lukt niet om een bepaald stuk helder op te schrijven, dan wringt er altijd wat. Dan heb ik te weinig beeld van wat zij precies doen voor hun klant of wat zij verstaan onder ‘kwaliteit’ of ‘oplossing’. Als je niet exact weet waar je over schrijft, kun je alleen maar om de hete brij heen draaien. Gemiste kans!

Wil je dat je boodschap overkomt (en je lezer in actie), dan is het wel handig als je lezer snapt wat er staat. Lees hier meer over Waarom je begrijpelijk moet schrijven – en of je dat B1 moet noemen.

Maar HOE doe je dat, begrijpelijke teksten schrijven?

Begrijpelijke teksten schrijven: 10 tips

  1. Bedenk wie je doelgroep is. Voor wie schrijf je? Piet? Schrijf je tekst zo op dat Piet het goed kan volgen.
  2. Bedenk wat het doel is van je tekst. Wat moet Piet doen? Medicijnen innemen? Formulier invullen? Aanmelden voor de borrel? Zorg dat dat zo duidelijk mogelijk is.
  3. Welke vragen zou Piet kunnen hebben over dit onderwerp? Beantwoord ze in je tekst.
  4. Houd je zinnen kort. Lange zinnen lezen minder makkelijk. Ze kunnen ook ontsporen. Wees ook weer niet al te spastisch staccato want een beetje afwisseling is wel prettig. Voor Piet.
  5. Roep het uit! Zorg voor soepele zinnen die lekker lezen. Zeg ze hardop zoals de schrijver Flaubert. Die vond een zin pas geslaagd als hij muzikaal perfect klonk.
  6. Gebruik geen tangconstructies. Wat zijn dat ook alweer? Zinnen waarin de basiszin als een tang om de extra informatie/bijzinnen heen zit: Piet gaf de beleidsmedewerker, die ondanks Piets opbouwende commentaar en zijn niet-onder-stoelen-of-banken-gestoken en tamelijk agressieve afkeer van belabberde teksten hardnekkig onbegrijpelijke rapporten bleef produceren, een dreun. Zet bij elkaar wat bij elkaar hoort (Piet gaf de beleidsmedewerker een dreun) en prop niet te veel informatie in één zin. Zet gewoon een punt en gooi de zin wat om (Ondanks Piets opbouwende commentaar…).
  7. Wie doet wat? Gebruik actieve zinnen, zoveel mogelijk zonder het hulpwerkwoord ‘worden’. In plaats van: ‘De veiligheid moet worden geborgd’ kun je bijvoorbeeld zeggen: ‘De buschauffeur moet voor vertrek controleren of de remmen werken.’
  8. Praat toch gewoon! Gebruik spreektaal, blijf weg van formele woorden en vaktermen zoals: ‘Gaarne bij uw fiscale geruisloze voortzetting rekening houden met het vorenstaande.’ Bedenk hoe je het zou uitleggen aan de buurvrouw.
  9. Hoe concreter, hoe beter. Gebruik heldere woorden en voorbeelden. Vermijd abstract taalgebruik. Kitty Kilian van de Blogacademie schreef een fijn blog over beeldend schrijven met veel vrolijke voorbeelden. (‘Je houdt van me? En wat betekent dat concreet?’)
  10. Wees niet te scheutig met je uitdrukkingen. Dit is mijn persoonlijke valkuil. Erger nog: ik gooi uitdrukkingen door elkaar. Figuurlijk taalgebruik is wel fris en fruitig maar het kan ook onscherp zijn. En/of onwenselijk: als je ermee om je oren wordt gesmeten dan gaat het tegenstaan.

Tip 11: neem deze tips met een goeie korrel zout. En lees! Lees!

Bijvoorbeeld het schitterende Alice in Wonderland (vertaald door Sofia Engelsman en geïllustreerd door de geweldige Floor Rieder).

Begrijpelijk schrijven: waarom?

Jip en Janneke taal

Onbegrijpelijke teksten, je kent ze wel. Bijsluiters bij pillen, pensioenreglementen, koopakten. Nog altijd schrijven veel professionals (juristen, bankiers, artsen, verzekeraars) onnauwkeurige teksten. Met veel abstracte en formele taal, vaktermen, ingewikkelde en onduidelijke zinnen. Is dat erg? Ja.

Niemand houdt van onbegrijpelijke teksten. Drie keer lezen en dan nog niet snappen is bloedirritant. Maar belangrijker: die teksten schieten hun doel voorbij. Het boek De taal van mr. Jip van Harten en dr. Janneke Bavelinck (2011) geeft vooral de schuld aan taalniveau C1 en windt zich op over de gevolgen van dit soort teksten.

Zo zou de helft van de mensen met een eigen huis denken dat ze met een aflossingsvrije hypotheek hun lening niet hoeven terug te betalen. En zou de helft van de mensen zijn medicijnen verkeerd gebruiken. Als dit al hard te maken is, lijkt het me sterk dat dat aan een taalniveau ligt. Daarover heeft jaren geleden al een flinke discussie gewoed. Wél laten ze in dit boek mooie voorbeelden zien van onnauwkeurige teksten en waar die toe kunnen leiden.

‘In principe spreekt de uitspraak voor zich’

Er was eens een spitsstrook op de A1. Vers aangelegd om files te bestrijden. Er was ook een actiegroep die die strook niet wilde omdat ze zich zorgen maakte over de luchtkwaliteit. De actiegroep klopte aan bij de Raad van State. Na de uitspraak van de Raad van State liet het ministerie van Verkeer en Waterstaat de spitsstrook dicht. Vier jaar later reed iemand van de Raad van State over de A1. Tot zijn grote verbazing zag hij dat de spitsstrook dicht was, terwijl in de uitspraak had gestaan dat hij gewoon open mocht. Maar dat was de mensen op het ministerie totaal onduidelijk.

Uitspraak Raad van State: juridische rijstebrij

De vice-president van de Raad van State: ‘Wij zijn onafhankelijk rechter en in principe spreekt de uitspraak voor zich. Maar de interpretatie van de uitspraak kan wel een probleem zijn.’

De uitspraak bracht iedereen in de war. De strook bleef dicht en de files groeiden. Dat was niet gebeurd als ze gewoon hadden geschreven: ‘De minister mag de spitsstrook openen. Maar dan mogen auto’s en motoren daar niet harder rijden dan 80 kilometer per uur.’

De taal van mr. Jip van Harten en dr. Janneke Bavelinck opent met dit voorbeeld. C1, stellen ze, is de grote pain-in-the-ass van onze maatschappij. Gelukkig is daar B1, met al haar kracht en charme.

De B van Begrijpelijk

B1 is inderdaad overal. Iedereen moet ‘over op B1’, als een magische norm waaraan teksten moeten voldoen. En iedereen zoekt zich al jaren het schompes want harde lijsten of richtlijnen zijn er niet. Dat klopt, want B1 zegt iets over hoe goed iemand een vreemde taal beheerst. Het gaat over de gebruiker. Iemand met B1-niveau kan alledaagse gesprekken voeren en eenvoudige teksten lezen.

B1 staat niet gelijk aan begrijpelijk; C1 niet aan onbegrijpelijk. Voor tekstschrijvers is het vooral van belang dat de lezer snapt wat er staat zodat de tekst zijn doel bereikt. En ook nog eens een grotere doelgroep, want begrijpelijke teksten zijn ook goed te volgen voor lageropgeleiden en mensen voor wie het Nederlands de tweede taal is. Ik ben betrokken bij een taalgroep voor Eritrese nieuwkomers in Amersfoort en schaam me vaak kapot voor de onmogelijke (overheids)teksten waar zij mee te maken krijgen. Helemaal als het om belangrijke zaken gaat.

Klare taal, dat willen we allemaal. Gelukkig zijn er prima richtlijnen voor begrijpelijk schrijven. Volgende keer daarover meer!

 

Moeilijk, moeilijk, moeilijk. Over positief formuleren.

positief formuleren

‘Ik heb een heel zwaar leven, echt heel zwaar. Alles is voor mij ontzettend moeilijk.’

Uit de mond van Brigitte Kaandorp is dit lollig; we kennen allemaal wel zo’n zelfverklaard slachtoffer. Of we zijn er een. Fijn als mensen eerlijk zijn, maar we houden niet van gezeur. Mensen horen en lezen liever iets positiefs. Het brengt je in een vriendelijker stemming.

Andere blik

Positief formuleren vraagt een nieuwe blik op de boel. Het is maar waar je de nadruk op legt. Wat vroeger een stoptrein heette (stopt op elk station) heet nu een sprinter (sprint van het ene naar het andere). Dan zit je toch met een heel ander gevoel in die trein.

‘Wegens verbouwing gesloten’ klinkt minder prettig dan ‘Deze supermarkt wordt nog mooier.’

‘Kinderen vanaf 12 jaar zijn van harte welkom’ klinkt uitnodigender dan ‘Kinderen onder de 12 mogen niet naar binnen.’

Roze olifant

Nog een voordeel van positief formuleren: je vergroot de kans dat je slaagt in wat je wilt bereiken. Dat heeft te maken met dat je brein ‘niet’ niet hoort. Het bekende voorbeeld: denk niet aan een roze olifant. Of die SIRE-campagne ‘Handen af van onze hulpverleners’. Dat spotje strijdt tegen geweld tegen hulpverleners, maar door er beelden van te laten zien, werkt het averechts.

Wat je aandacht geeft, groeit. Zeg je tegen je kind ‘niet op de bank springen’, dan vestig je de aandacht op het springen en gaat ie lekker door. Zeg je ‘wil je op de bank gaan zitten?’ dan verleg je de aandacht naar het zitten. Ik heb geen idee hoe hard dit is gemaakt, maar het lijkt me het proberen waard. Ook om te voorkomen dat je een heel zwaar leven krijgt. En de mensen om je heen ook.

Roeien vs kanoën

Creatief met taal! Heb je net de voordeur geverfd, dan is een briefje met ‘niet aanraken’ vragen om gelazer. Onze buurman van vroeger hing een briefje op met ‘NAT’ met de schuine streep van de N van linksonder naar rechtsboven. Daar sta je toch even dom naar te staren. Een knipoog die werkt.

‘De gewenste uitkomst is waar je naartoe gaat, niet waartegen je je afzet. Het is als het verschil tussen roeien en kanoën: bij roeien ga je ergens vandaan, maar je ziet niet waar je naartoe gaat. Bij kanoën kijk je vooruit in plaats van achteruit,’ zegt verandermanager Wendy van Nieuwland in het interview ‘Woorden als voertuig van veranderingen’.

Check je tekst op ‘niet’, ‘geen’, ‘moeten’, ‘verboden’

Kijk eens naar je eigen teksten. Zie je vaak het woord ‘niet’? Of ‘geen’? Of andere negatieve formuleringen? Probeer het eens om te draaien. Wat is/mag/kan er wél?

‘Nog geen beoordeling’ bij een product in je webshop? ‘Schrijf nu de eerste beoordeling’ klinkt al heel wat minder verbitterd veel positiever.

Voer je positieve stijl door in al je teksten: tot en met je voorwaarden, de melding op een niet meer bestaande pagina, je contactformulier. Een beetje humor of een vinkje bij elk goed ingevuld veld brengt je bezoeker in een betere stemming. Daardoor hebben je teksten meer effect. Het is wel een fine line: te veel ronkende bijvoeglijk naamwoorden of geestigheden doen je bezoeker juist afhaken. Zoek de balans.

Probleem ≠ negatief

Dit betekent overigens niet dat je helemaal weg moet blijven van alle negatiefs. Als je bijvoorbeeld iemand wilt overtuigen van de waarde van jouw product of dienst, dan is het zeker zinvol om aandacht te schenken aan het probleem van je klant. Dat is niet negatief, dat is serieus nemen. Die herkent wat je schrijft en voelt zich gehoord. (Ja! Ik zit hier bij de pakken neer met die rammelende tekst / eeuwig overgewicht / schoenendoos met bonnen / slechte seks). Je boeit hem pas als je zijn pijn benoemt. Dus wrijf de ellende er maar lekker in (twist the knife) om vervolgens te laten zien hoe jij die pijn kan wegnemen. Later meer hierover!

Meer weten over plustaal, neuronetwerken en waarom het negatieve zo hardnekkig is? Lees het artikel ‘Zeg niet wat je níet wilt.’ 

 

Wat we zien is dat… Schraptip voor schrijvers.

Sla er een willekeurig NOS-journaal op na en je hoort dit soort zinnen:

‘Wat je ziet is dat bij sommige vermogenden dat ze investeren in zaken waar je vraagtekens bij kan zetten.’
‘Wat wij zien is dat de ontbijtfrequentie omhoog gegaan is. […] Wat we wél zien is dat er nog steeds heel veel zoet en chocoladebeleg ‘s ochtends gegeten wordt.’

Ok. Dit is niet NOS zelf, maar geïnterviewden. Maar dan, op het einde, zegt ons aller Willemijn Hoebert Het. Ook. ‘Wat dit plaatje laat zien dat is de temperatuur ten opzichte van de normaal die we op dit moment hanteren …’

Misschien vind je die laatste nog wel normaal klinken. Hij is van een iets andere orde, maar het blijft een omslachtige formulering. Alsof iemand haar vlak van tevoren vroeg: Willemijn, vertel eens, wat laat dit plaatje ons zien? Waarom niet gewoon: Dit plaatje laat zien. Weg met die loze woorden.

Wat we zien is dat? Serieus?

Wat we zien is dat er maar liefst 4 keer in 1 uitzending zo’n constructie wordt gebruikt. Waarom je zin beginnen met ‘wat we zien is dat’? Het is een soort misplaatste nadruk op jezelf en jouw inzichten. Alsof je er diepgravend onderzoek naar hebt gedaan en nu de resultaten presenteert. Missen wij iets als je die woorden weglaat? Wat we zien is dat ‘wat we zien is dat’ ook hele rare zinnen oplevert, waar je al pratend niet helemaal lekker uitkomt.

Ok. Dit is spreektaal. Maar dat maakt het niet minder irritant. En omdat spreektaal nogal eens doorsijpelt in schrijftaal, roep ik je op tot verzet. Doe er niet aan mee. #watwenietwillenzienisdat

En check dan meteen je eigen teksten op dit soort zinnen. Schrap die loze woorden, val je lezer er niet mee lastig.

Bovendien: als je struikelt over de vorm, komt de inhoud niet aan. In de woorden van weerman Marco Verhoef: ‘Ik vind het belangrijk dat de kijker na het weerbericht weet wat voor weer het gaat worden. Daarbij mag ik niet in de weg staan, bijvoorbeeld door kledingkeuze of woordgebruik.’ Kijk. Met recht een winnaar van de Duidelijketaalprijs.

Verbind! Tip voor schrijvers non-fictieboek

Verbind: tips voor non-fictie auteurs

Minder is niet altijd meer

Schrappen kan je tekst enorm opknappen. Kritisch naar je manuscript kijken is altijd goed. Net als bij je kapsel. Je kunt wel denken: die krullen zitten prima, maar in de spiegel van de kapper zie je ineens een steil matje in plaats van de Carolien Borgersachtige bos die je dacht te hebben. Ieuw. De schaar erin!

Maar soms is meer beter, dan moet je juist aanvullen. De onderlinge samenhang is in veel manuscripten non-fictie te vaag aangegeven. Zo zonde – want je kunt nóg zo’n goed onderwerp hebben en een prettige stijl, maar als je verhaal alle kanten op gaat en het onderlinge verband niet duidelijk is, haakt je lezer af. Waarom lees ik dit? Wat heeft dit ermee te maken?

Is dit met jouw manuscript aan de hand? Vaak is het te fiksen!

Tip: benoem de samenhang

Neem je lezer mee in je verhaal, loods hem door je betoog. Laat de structuur zien.

Op grof niveau (boek als geheel) doe je dat zo: schrijf een inleiding.
Geef daarin aan wat je in je boek bespreekt en in welke volgorde. Als je jezelf dwingt dat te formuleren, merk je vaak al snel waar het wringt in opbouw. Misschien zie je een stuk dat nu aan het einde staat, maar (chrono)logischer zou zijn aan het begin. Misschien ga je hoofdstukken meer clusteren op thema en valt je op dat twee hoofdstukken ongeveer hetzelfde onderwerp hebben. En dat er een hoop herhaling is. Ga dan eerst met de hoofdstukindeling aan de slag. Houd je structuur hoe dan ook simpel.

Doe het maar eens over the top nadrukkelijk: eerder zagen we x, nu bespreken we y

Op fijn niveau (binnen het hoofdstuk) ga je op dezelfde manier te werk: schrijf per hoofdstuk een inleidende alinea. Geef aan wat er gaat komen. Doe het maar eens over the top nadrukkelijk: in het vorige hoofdstuk zagen we x, nu bespreken we y. Vervolgens smeed je je deelhoofdstukken en alinea’s aan elkaar met verbindende zinnen, bruggetjes. Dat kan al met één woord als ‘maar’ of ‘desondanks’. Lukt dit niet goed? Probeer te ontdekken waar het hem in zit. Misschien behandel je dingen van een verschillende orde dwars door elkaar. Of spreek je jezelf tegen. Grijp het aan om je boek sterker te krijgen.

Laat je lezer niet spartelen

Geef je lezer meer houvast. Laat hem het niet allemaal zelf destilleren. De lezer van ‘harde’ non-fictie wil weten wat hij leest en waar hij is in het geheel. Laat hem merken dat alles wat hij leest ontzettend noodzakelijk is. Kun je dat niet goed formuleren, dan rammelt er waarschijnlijk iets in je opbouw.

Noem me een structuurnazi, maar veel lezers worden onrustig van alle-kanten-op en van onduidelijke verbanden. Lezers van non-fictie dan. En niet die van de verhalende variant. En al helemaal niet die van andere genres.

Het een en ander in los verband

De wind voor mijn raam
Laat een krant zomaar gaan
De pick-up van hiernaast
Draait een plaat. Heel verbaasd
Zie ik hoe die krant gaat
Op de maat van de plaat

Nu weet die krant niet
Van die plaat, van dat lied
En die plaat heeft niet door
Dat die krant bij hem hoort
Alleen ik zie die krant
Hoor die plaat, leg dat verband

Alleen ik
Maar ja, daar nóém je ook even
Iemand

Karel Eykman