Begrijpelijke teksten schrijven: 10 tips!

Begrijpelijke teksten schrijven

‘In dat geval,’ sprak de Dodo plechtig, terwijl hij overeind kwam, ‘stel ik voor om deze bijeenkomst te onderbreken, zodat we ons kunnen richten op effectievere methoden.’
‘Praat toch gewoon,’ zei het Adelaarsjong. ‘Ik begrijp al die lange woorden niet. Sterker nog, volgens mij begrijp je ze zelf ook niet.’ (Alice in Wonderland)

Praat toch gewoon

Begrijpelijke teksten schrijven is een kunst. Het is zo gemakkelijk om anderen te wijzen op hun onmogelijke teksten vol vaktermen, vage taal en clichédiarree, maar als je zelf gaat schrijven merk je hoe lastig het is om kraakhelder te formuleren.

Als ik mijn eigen teksten naloop, kan het bijna altijd eenvoudiger en concreter. Als ik webteksten schrijf voor een opdrachtgever en het lukt niet om een bepaald stuk helder op te schrijven, dan wringt er altijd wat. Dan heb ik te weinig beeld van wat zij precies doen voor hun klant of wat zij verstaan onder ‘kwaliteit’ of ‘oplossing’. Als je niet exact weet waar je over schrijft, kun je alleen maar om de hete brij heen draaien. Gemiste kans!

Wil je dat je boodschap overkomt (en je lezer in actie), dan is het wel handig als je lezer snapt wat er staat. Lees hier meer over Waarom je begrijpelijk moet schrijven – en of je dat B1 moet noemen.

Maar HOE doe je dat, begrijpelijke teksten schrijven?

Begrijpelijke teksten schrijven: 10 tips

  1. Bedenk wie je doelgroep is. Voor wie schrijf je? Piet? Schrijf je tekst zo op dat Piet het goed kan volgen.
  2. Bedenk wat het doel is van je tekst. Wat moet Piet doen? Medicijnen innemen? Formulier invullen? Aanmelden voor de borrel? Zorg dat dat zo duidelijk mogelijk is.
  3. Welke vragen zou Piet kunnen hebben over dit onderwerp? Beantwoord ze in je tekst.
  4. Houd je zinnen kort. Lange zinnen lezen minder makkelijk. Ze kunnen ook ontsporen. Wees ook weer niet al te spastisch staccato want een beetje afwisseling is wel prettig. Voor Piet.
  5. Roep het uit! Zorg voor soepele zinnen die lekker lezen. Zeg ze hardop zoals de schrijver Flaubert. Die vond een zin pas geslaagd als hij muzikaal perfect klonk.
  6. Gebruik geen tangconstructies. Wat zijn dat ook alweer? Zinnen waarin de basiszin als een tang om de extra informatie/bijzinnen heen zit: Piet gaf de beleidsmedewerker, die ondanks Piets opbouwende commentaar en zijn niet-onder-stoelen-of-banken-gestoken en tamelijk agressieve afkeer van belabberde teksten hardnekkig onbegrijpelijke rapporten bleef produceren, een dreun. Zet bij elkaar wat bij elkaar hoort (Piet gaf de beleidsmedewerker een dreun) en prop niet te veel informatie in één zin. Zet gewoon een punt en gooi de zin wat om (Ondanks Piets opbouwende commentaar…).
  7. Wie doet wat? Gebruik actieve zinnen, zoveel mogelijk zonder het hulpwerkwoord ‘worden’. In plaats van: ‘De veiligheid moet worden geborgd’ kun je bijvoorbeeld zeggen: ‘De buschauffeur moet voor vertrek controleren of de remmen werken.’
  8. Praat toch gewoon! Gebruik spreektaal, blijf weg van formele woorden en vaktermen zoals: ‘Gaarne bij uw fiscale geruisloze voortzetting rekening houden met het vorenstaande.’ Bedenk hoe je het zou uitleggen aan de buurvrouw.
  9. Hoe concreter, hoe beter. Gebruik heldere woorden en voorbeelden. Vermijd abstract taalgebruik. Kitty Kilian van de Blogacademie schreef een fijn blog over beeldend schrijven met veel vrolijke voorbeelden. (‘Je houdt van me? En wat betekent dat concreet?’)
  10. Wees niet te scheutig met je uitdrukkingen. Dit is mijn persoonlijke valkuil. Erger nog: ik gooi uitdrukkingen door elkaar. Figuurlijk taalgebruik is wel fris en fruitig maar het kan ook onscherp zijn. En/of onwenselijk: als je ermee om je oren wordt gesmeten dan gaat het tegenstaan.

Tip 11: neem deze tips met een goeie korrel zout. En lees! Lees!

Bijvoorbeeld het schitterende Alice in Wonderland (vertaald door Sofia Engelsman en geïllustreerd door de geweldige Floor Rieder).

Begrijpelijk schrijven: waarom?

Jip en Janneke taal

Onbegrijpelijke teksten, je kent ze wel. Bijsluiters bij pillen, pensioenreglementen, koopakten. Nog altijd schrijven veel professionals (juristen, bankiers, artsen, verzekeraars) onnauwkeurige teksten. Met veel abstracte en formele taal, vaktermen, ingewikkelde en onduidelijke zinnen. Is dat erg? Ja.

Niemand houdt van onbegrijpelijke teksten. Drie keer lezen en dan nog niet snappen is bloedirritant. Maar belangrijker: die teksten schieten hun doel voorbij. Het boek De taal van mr. Jip van Harten en dr. Janneke Bavelinck (2011) geeft vooral de schuld aan taalniveau C1 en windt zich op over de gevolgen van dit soort teksten.

Zo zou de helft van de mensen met een eigen huis denken dat ze met een aflossingsvrije hypotheek hun lening niet hoeven terug te betalen. En zou de helft van de mensen zijn medicijnen verkeerd gebruiken. Als dit al hard te maken is, lijkt het me sterk dat dat aan een taalniveau ligt. Daarover heeft jaren geleden al een flinke discussie gewoed. Wél laten ze in dit boek mooie voorbeelden zien van onnauwkeurige teksten en waar die toe kunnen leiden.

‘In principe spreekt de uitspraak voor zich’

Er was eens een spitsstrook op de A1. Vers aangelegd om files te bestrijden. Er was ook een actiegroep die die strook niet wilde omdat ze zich zorgen maakte over de luchtkwaliteit. De actiegroep klopte aan bij de Raad van State. Na de uitspraak van de Raad van State liet het ministerie van Verkeer en Waterstaat de spitsstrook dicht. Vier jaar later reed iemand van de Raad van State over de A1. Tot zijn grote verbazing zag hij dat de spitsstrook dicht was, terwijl in de uitspraak had gestaan dat hij gewoon open mocht. Maar dat was de mensen op het ministerie totaal onduidelijk.

Uitspraak Raad van State: juridische rijstebrij

De vice-president van de Raad van State: ‘Wij zijn onafhankelijk rechter en in principe spreekt de uitspraak voor zich. Maar de interpretatie van de uitspraak kan wel een probleem zijn.’

De uitspraak bracht iedereen in de war. De strook bleef dicht en de files groeiden. Dat was niet gebeurd als ze gewoon hadden geschreven: ‘De minister mag de spitsstrook openen. Maar dan mogen auto’s en motoren daar niet harder rijden dan 80 kilometer per uur.’

De taal van mr. Jip van Harten en dr. Janneke Bavelinck opent met dit voorbeeld. C1, stellen ze, is de grote pain-in-the-ass van onze maatschappij. Gelukkig is daar B1, met al haar kracht en charme.

De B van Begrijpelijk

B1 is inderdaad overal. Iedereen moet ‘over op B1’, als een magische norm waaraan teksten moeten voldoen. En iedereen zoekt zich al jaren het schompes want harde lijsten of richtlijnen zijn er niet. Dat klopt, want B1 zegt iets over hoe goed iemand een vreemde taal beheerst. Het gaat over de gebruiker. Iemand met B1-niveau kan alledaagse gesprekken voeren en eenvoudige teksten lezen.

B1 staat niet gelijk aan begrijpelijk; C1 niet aan onbegrijpelijk. Voor tekstschrijvers is het vooral van belang dat de lezer snapt wat er staat zodat de tekst zijn doel bereikt. En ook nog eens een grotere doelgroep, want begrijpelijke teksten zijn ook goed te volgen voor lageropgeleiden en mensen voor wie het Nederlands de tweede taal is. Ik ben betrokken bij een taalgroep voor Eritrese nieuwkomers in Amersfoort en schaam me vaak kapot voor de onmogelijke (overheids)teksten waar zij mee te maken krijgen. Helemaal als het om belangrijke zaken gaat.

Klare taal, dat willen we allemaal. Gelukkig zijn er prima richtlijnen voor begrijpelijk schrijven. Volgende keer daarover meer!