Een tijdje geleden dook een kruideniersboekje van mijn oma op. Van oktober 1958. Hierin noteerde ze in de loop van de week de bestellingen voor kruidenier Spoelstra voor haar tienkoppig gezin: griesmeel, jonge kaas, vim, maizena, buismans, stijfsel, havermout, vermicelli.

Op vrijdag haalde Spoelstra het boekje op en op zaterdag bezorgde hij de boodschappen en vulde hij de bedragen in. Die uitgaven moesten allemaal exact kloppen, vooral omdat mijn opa elke zaterdagavond de huiselijke boekhouding voerde zoals hij dat deed in zijn baan als administrateur: nogal grrrrondig, tot op de cent: ‘kasverschil f 0,01’.

boek schrijven tipWat hebben wij vandaag nodig?

Die schriftjes werden verstrekt door de kruidenier. Voorin, op de binnenkant van het kaft, stond een overzicht van de producten in categorieën als Op de boterham, Zuidvruchten (zoals appels) en Poetsartikelen. Met helemaal bovenaan, en nu komt ie, de fantastische kreet: Wat hebben wij vandaag nodig?

Déze kruideniersmentaliteit bevalt mij wel. ‘Nodig’ klinkt als na-oorlogse basics zoals zeep en gort en boter. Het klinkt niet alsof je luxe-artikelen krijgt opgedrongen (‘143 andere huisvrouwen bekijken deze zalf, nog 3 beschikbaar’). De vraag van  zijn klanten geeft ie letterlijk weer. Ik kan me zo voorstellen dat het vooral een handig lijstje was om na te gaan, heb ik alles?

En het was natuurlijk wel een soort reclame, met een paar merken uitgelicht, maar al met al zo prettig niet-schreeuwerig. Zo verplaatsend in de klant. Ik ben geen marketingexpert maar mij is wel duidelijk: als je klant zich aangesproken voelt en je iets weet te bieden wat voor hem van waarde is, dan is hij eerder geneigd iets van je te kopen. 

Verplaats je in je lezer

Een schrijver is geen kruidenier maar heeft ook iets te verkopen: je (business)boek zelf, natuurlijk, maar vooral je verhaal. Wil je dat dit goed overkomt, dan moet je je kunnen verplaatsen in je lezer. Nogal eens zie ik manuscripten waarin veel nadruk ligt op wat de schrijver wil vertellen. Of wat hij allemaal weet over dit onderwerp. Als je niet aansluit bij de behoeften van je lezer, dan is de kans groot dat hij afhaakt. 

Niet dat ik vind dat je totaal uit moet gaan van wat je lezer wil horen – als je dat al weet – maar geef hem een plek, spreek hem aan, direct of indirect. Als het je lukt om van ik-ik-ik naar en-waar-zit-jij-eigenlijk-op-te-wachten gaat, wordt je verhaal waardevoller en blijft je lezer geboeid. Een paar tips.

  • Omschrijf voor jezelf de ideale lezer van jouw boek en houd die persoon voor ogen tijdens het schrijven
  • Ga in gesprek met je toekomstige lezer, online of in het wild. Dan merk je al snel waar de interesse ligt. Soms zijn dat dingen die je niet had voorzien of die je als bekend veronderstelde. 
  • Noteer de 10 meest gestelde vragen over jouw onderwerp en kijk of je jouw antwoorden erop kunt verweven in je verhaal.
  • Baken je onderwerp af: wat precies is het terrein van jouw expertise? Als je daarbinnen blijft, kun je meer de diepte in en meer zinvols zeggen.
  • Mix theorie met praktijk: pas op voor holle, vage zinnen. Maak het tastbaar met herkenbare voorbeelden van bijvoorbeeld situaties op de werkvloer. 

Wat hebben wij vandaag nodig, vroeg de kruidenier. Wat heeft mijn lezer nodig, vraag jij. 

Veel succes! En de hartelijke groeten van oma Hopster, still going strong. Onlangs vierde ze haar 101e verjaardag.

***

En jij, wat heb jij nodig? Je bent van harte welkom voor 1-op-1 schrijfcoaching. Als dat is wat je zoekt, natuurlijk. 🙂

Andere berichten

Nog geen reacties


Voeg een reactie toe

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *